vrijdag 15 augustus 2014

Trip 25 : Ploegsteert Bos

Datum : 30/7/2014
Begraafplaatsen : Prowse Point Military Cemetery, Mud Corner Cemetery, Toronto Avenue Cemetery, Ploegsteert Wood Military Cemetery, Rifle House Cemetery, Strand Military Cemetery, Hyde Park Corner (Royal Berks) Cemetery, Berks Extention Cemetery & Ploegsteert Memorial to the Missing.
Afstand : 170 Km
Weer : Zonnig met zuchtje wind.
Deelnemers : Stuart Jervis, Kurt van Looke
Volgers :



Info :




Om 9u vertrokken we onder een licht bewolkte hemel richting Ploegsteert-bos alwaar we vandaag maar liefst acht  verschillende WWI begraafplaatsen zouden bezoeken. De reden voor het hoge aantal begraafplaatsen in deze trip moest niet ver worden gezocht. Alle begraafplaatsen lagen vrij dicht bij elkaar in de omgeving van ongeveer 3km en voor de helft midden in het bos van Ploegsteert, gelegen in de provincie Henegouwen. 
Een rit van ongeveer een uur bracht ons op een afgelegen landelijk smal baantje tot bij  Prowse Point Military Cemetery waar we meteen ook de auto parkeerden voor dit stuk van onze rit. Van hieruit zouden we de eerste vijf begraafplaatsen te voet bezoeken omdat ze, zoals eerder gezegd vrij kort op elkaar in het bos lagen waar auto's niet toegelaten waren.  Nadat alles was klaargemaakt en nadat we onze pipes hadden getuned trokken we onder een inmiddels zonnige hemel de begraafplaats op.

Prowse Point Military Cemetery is genoemd naar Majoor Charles B. Prowse van de 11de Infantry Brigade. Hij gaf zijn naam aan een boerderij op die plek (Prowse Point Farm) die hardnekkig werd verdedigd door zijn troepen, waarbij hij zich heldhaftig zou gedragen hebben. Hij werd trouwens onderscheiden met het D.S.O. (Distinguished Service Order). Hij sneuvelde in juli 1916 en ligt begraven op de Louvencourt Military Cemetery in Frankrijk. De begraafplaats telt 237 gesneuvelden uit WWI waaronder 168 Britten, 14 Australiërs, 42 Nieuw-Zeelanders, 1 Canadees en 12 Duitsers. Het Cross of Sacrifice stond tussen twee treurwilgen dichtbij de ingang en van daaruit had je een mooi zicht over de begraafplaats met op de achtergrond Mud Corner Cemetery.










We trokken verder de begraafplaats op en begonnen met het maken van enkele foto's en het overlopen van onze research gegevens. Hier lag Soldaat Harry Wilkinson van het 2nd Bn., Lancashire Fusiliers begraven die als vermiste stond opgegeven op het Ploegsteert Memorial. Hij werd hier 87 jaar later begraven, nadat hij in 2000 gevonden werd in een akker hier in de buurt. Hij was 29 jaar toen hij sneuvelde op 10 november 1914. Eveneens Soldaat Richard Lancaster van het 2nd Bn., Lancashire Fusiliers. In 2006 werden zijn stoffelijke resten, samen met twee niet geïdentificeerde, ontdekt en op 4 juli 2007 en op deze begraafplaats herbegraven. Hij was 32 jaar toen hij sneuvelde op 10 november 1914. Ook Soldaat Alan J. Mather van de Australian Infantry, A.I.F.. Zijn stoffelijke resten werden in 2008 door archeologen gevonden. Door middel van DNA onderzoek heeft men zijn identiteit kunnen vaststellen via een nog levende nicht van hem. Hij sneuvelde op 8 juni 1917 tijdens de Slag om Mesen en werd hier herbegraven op 22 juli 2010. Hij werd 37 jaar.

Private Harry Wilkinson. Service Number 8850 2nd Bn. Lancashire Fusiliers. 
Private Richard Lancaster. Service Number 8372 2nd Bn. Lancashire Fusiliers.
Private Henry Bartholomew Pigott. Service Number 11576 2nd Bn. The Royal Dublin Fusiliers.
Private Robert Hayes. Service Number 39659 1st Bn. Auckland Regiment.
Rifleman John Angus McLeod. Service Number 41347 New Zealand Rifle Brigade.
Pte. Frederick Earnest Long. Service Number 6922 Royal Warwickshire Regiment.
Corporal Benjamin Mole. Service Number 9773 Royal Warwickshire Regiment.
Second Lieutenant Autini Pitara Kaipara N.Z. Maori (Pioneer) Battalion.

Nadat we alle gegevens hadden nagetrokken en foto's hadden genomen namen we onze pipes en speelden we zoals op alle andere, reeds bezochte, begraafplaatsen Flower of Scotland gevolgd door Amazing Grace. Daarna werd het PRWWI  'In Rememberance' kruisje neer gepland bij het Cross of Sacrifice en gingen we opzoek naar het Register. We merkten op dat het boek laatst was ingevuld door een persoon uit Waarschoot op 29 juli 2014, vrij recent dus.  






We verlieten de begraafplaats om 10u45 en maakten ons klaar voor onze voettocht naar de andere begraafplaatsen. Met een kleine rugzak, een driepoot met fototoestel, onze papieren en onze pipes onder de arm gingen we op weg naar de volgende begraafplaats op deze trip.




Een kleine wandeling van een paar minuten bracht ons bij Mud Corner Cemetery waar we om 11u arriveerden, een vrij kleine begraafplaats aan de rand van het Ploegsteert bos. Hier aan de noordelijke rand van het Ploegsteert bos, was er destijds een wegenkruispunt dat "Mud Corner" werd genoemd omdat deze plek, door z'n lagere ligging, meestal drassig was. De Nieuw-Zeelanders gaven deze naam aan de begraafplaats die ze van juni tot december 1917 gebruikten om hun doden te begraven. Eigenlijk mag men dit een Anzac begraafplaats noemen, omdat de 85 soldaten die hier begraven zijn allemaal Australiërs en Nieuw-Zeelanders zijn. Dit met uitzondering van het enige graf van een onbekende soldaat. De meeste slachtoffers vielen tijden de maanden juni en juli van 1917, een periode waarin het Anzac Corps de linie en de omgeving aan het versterken was in de nasleep van de Slag om Mesen. 






Toen we het kleine bruggetje over liepen die ons toegang tot de begraafplaats zou bieden hoorden we een auto naderen. Toen we opkeken zagen we dat deze wagen een Engelse nummerplaat had, welke ook stopte aan de begraafplaats. Waarschijnlijk was zijn aandacht getrokken door de kilts die we droegen en dacht hij misschien landgenoten te treffen. De man sprong uit zijn wagen en vroeg ons of hij een foto van ons moest maken terwijl we stonden te spelen op onze pipes. Ja misschien geen slecht idee en we besloten eerst foto's maken, de tunes te spelen en dan pas ons research werk na te trekken. Terwijl we stonden te spelen stopten enkele fietsers op uitstap en keken toe van op het weggetje naar ons doen en laten. Toen onze tune Flower of Scotland er bijna opzat zagen we vanuit onze ooghoek de Engelsman die foto's nam ineens weglopen naar het kleine bruggetje aan de ingang van de begraafplaats. Toen we gedaan hadden met spelen gingen we ook kijken naar het rumoer aan de ingang van de begraafplaats en merkten op dat de reisgezel van onze Engelsman tot aan zijn middel in de gracht zat. De arme man die klets nat tot onder zijn oksels was wou plaatsmaken voor enkele aangekomen fietsers die ook wilden kijken toen we stonden te spelen en was achterwaarts de gracht in gesukkeld.  De man kroop uit de gracht, geholpen door enkele fietsers en stond terug op het bruggetje waarvan hij af gevallen was. Een hilarisch gezicht was het zeker en we waren allen al heel blij dat de man zich niet had bezeerd. Mud Corner heeft zijn naam dus zeker niet gestolen.





Na het spelen van Amazing Grace vertrok ons publiek, de een al wat natter dan de andere, en konden wij ons researchwerk natrekken en enkele persoonlijke foto's nemen voor ons archief. We lieten er het PRWWI kruisje achter aan het Cross of Sacrifice en merkten op dat er geen kastje te vinden was waar het Cemertery Register in was op geborgen wat we beiden wel een beetje vreemd vonden. We maakten ons klaar en trokken te voet verder rond 11u40 naar onze volgende begraafplaats die in het bos lag. 







Private Alexander Richard Hicks. Service Number 797 Australian Infantry A.I.F.

Een verhard grindpad bracht ons naar de bosrand en toen we even omkeken zagen we Prowse Point en Mud Corner op de achtergrond liggen. We vervolgden het grindpad in het bos welke ons naar Toronto Avenue Cemetery zou brengen. Het lopen onder de bomen bracht ons schaduw welke meer dan welkom was op deze zonnige dag en eveneens rust. Alles werd heel rustig en stil op een fluitende vogel en het stille geritsel van de bladeren na, we genoten er beiden van. Een wandeling van een kleine vijf minuten bracht ons om 11u45 bij de Toronto Avenue Cemetery.








In het Plugstreet Wood, zoals de Australiërs steevast dit bos noemden, liepen verschillende gemarkeerde paden zoals Bunhill Row, Mud Lane, Hunter’s Avenue, Piccadilly Circus en Toronto Avenue waarnaar deze begraafplaats genoemd werd. Deze paden werden door de troepen gebruikt om zich naar het front te begeven maar werden voortdurend bestookt door vijandelijke beschietingen, w.o. gasprojectielen. Dit verklaart de aanwezigheid van nog een 7-tal militaire begraafplaatsen in de nabije omgeving. De 78 slachtoffers die begraven liggen op Toronto Avenue behoren allen tot de 9th Brigade (3rd Australian Division) die omkwamen tijdens de Slag om Mesen tussen 7 en 10 juni 1917. Deze begraafplaats is het enige waarvan alle doden Australiërs zijn waarvan twee van hen niet konden worden geïdentificeerd. De begraafplaats lag in het midden in het bos langs een doodlopend pad en werd zoals we zagen nog regelmatig bezocht. Hoewel de grafstenen een groene schijn vertoonden wat werd veroorzaakt door de verschillende mossen en algen op deze vochtige en schaduwrijke plaats in het bos waar ze natuurlijk zeer goed gedijen, merkten we wel op dat deze begraafplaats goed werd onderhouden. 






De laatste intekening van het register dateerde van de dag ervoor door dezelfde persoon uit Waarschoot die ook al het register had getekend op Prowse Point.  Hier namen we ook de tijd voor het nemen van enkele foto's en het natrekken van ons researchwerk. Na het spelen van Flowers of Scotland en Amazing Grace werd hier ook het PRWWI Kruisje neer gepland aan het Cross of Sacrifice. Hoewel we in de schaduw onder het bladerendak van het bos stonden, was het er toch wel wat warm zodat we hier besloten een kleine verfrissing te nuttigen alvorens op weg te gaan naar de volgende begraafplaats.





Private Albert Hennessy. Service Number 902 36th Bn. Australian Infantry.

Private John Stannon Luff. Service Number 1865A 33rd Bn. Australian Infantry.

Private Walter John Morris. Service Number 2170 36th Bn. Australian Infantry.



We vervolgenden onze weg langsheen het bospad in zuidelijke richting en hier en daar werden wat plassen ontweken na de vele regelval van de voorbije dagen. Toen we iets voor onze volgende bestemming aankwamen bemerkten we aan onze rechter zijde een onnatuurlijk vorm tussen de bomen niet zo heel ver van het bospad vandaan.  Bij nadere inspectie bleek het een overblijfsel te zijn van een Engelse bunker uit WWI zoals er hier in dit bos wel meerdere te vinden zijn zoals we later ontdekten en die werd bewoond door een paar kleine kikkertjes van ongeveer 2 centimeters groot. We namen er enkele foto's van en gingen verder op pad.





Om 12u20 arriveerden we bij een kleine opening onder het bladerdak van het bos waar we het Ploegsteert Wood Military Cemetery aantroffen. Na gevechten aan het begin van de oorlog lag het Bos van Ploegsteert in Brits gebied. Het werd door de Britten "Ploegsteert Wood" genoemd en het bleef er gedurende de oorlog relatief rustig. De begraafplaats hier ontstond uit een aantal kleinere begraafplaatsen van enkele regimenten. In december 1914 ontstond hier de Somerset Light Infantry Cemetery, toen de Somerset Light Infantry er een aantal gesneuvelden begroef. In april 1915 kwam er een perk van de Oxfordshire and Buckinghamshire Light Infantry, Bucks Cemetery genoemd. In de loop van 1915 deden ook de Gloucesters en de Loyal North Lancs hier bijzettingen. De laatste perken werden Canadian Cemetery, Strand genoemd, naar de 28 Canadese graven uit 1915 en naar "The Strand", een loopgraaf die door het bos liep. In 1916 werd de begraafplaats weinig gebruikt, tot de New Zealand Division in de zomer van 1917 hier weer gesneuvelden begroef. Bij het Duits Lenteoffensief in het voorjaar van 1918 was de begraafplaats even in Duitse handen, tot het gebied in het najaar van 1918 weer werd bevrijd.  











We trokken ons research werk na en maakten foto's en begonnen met het spelen van Flowers of Scotland en Amazing Grace. Even en voor enkele ogenblikken, zoals op Toronto Avenue Cemetery, werd de stilte en rust van het bos onderbroken door het geluid van onze Pipes maar de gedachte erachter maakte alles goed. Hier was hier zo immens rustig en stil dat het waarschijnlijk in een heel groot contrast zou staan met 100 jaar geleden. We planten het PRWWI Kruisje neer aan het Cross of Sacrifice en gingen opzoek naar het register welke we vonden aan de ingang van de begraafplaats. Ook hier terug was de laatste input van een dag eerder, terug van dezelfde persoon afkomstig uit Waarschoot.  We pakten alles terug in, deden onze rugzak en fototoestel met driepoot om, namen onze Pipes onder de arm en trokken verder langsheen het bospad.




Captain CC Maud DSO (Distinguished Service Order). 1st Bn. Somerset Light Infantry
Private Otto Heinrich Corner. Service Number 22979 Canadian Infantry (Quebec Regiment).
Private Frederick Sinclair Wills Jennings. Service Number 63493 14th Bn. Canadian Infantry (Quebec Regiment).

Rifleman Robert Mawhinney. Service Number 23/498 New Zealand Rifle Brigade. 
Lance Corporal Allen Redfern. Service Number 1470 Sherwood Foresters (Notts and Derby Regiment).



Om 12u45 arriveerden we bij de Rifle House Military Cemetery en merkten op dat we al een beetje van de uitgelopen tijd hadden ingelopen. De naam van deze begraafplaats is afkomstig van een versterking, maar waarvan nu niets meer te vinden is en waar 230 militairen liggen begraven. De 1st Rifle Brigade begon er in november 1914 hun eerste doden te begraven en dit ging door tot juni 1916. De begraafplaats was een frontlijnbegraafplaats waardoor de graven op een ongeordende positie liggen. Tijdens het Duitse Lenteoffensief was de begraafplaats van 10 april 1918 tot 29 september van dat jaar in vijandelijke handen. Er liggen 228 Britten en 1 Canadees begraven. Er is ook nog 1 niet geïdentificeerd graf. 









Toen we er wat rondwandelde stonden we toch even stil bij het graf van Rifleman Robert Barnett van het 1st Bn. The Rifle Brigade. Hij sneuvelde tijdens de aanval op de versterking Bird Cage op 15 december 1914. Hij was 15 jaar en is daarmee het jongste slachtoffer van deze begraafplaats. Een gedachte waar men koude rillingen van krijgt.

Rifleman Robert Barnett. Service Number 5509 1st Bn. Rifle Brigade.

Rifleman D Jones. Service Number 292 1st Bn. Rifle Brigade.

Private James (Jim) Penton. Service Number 15298 South Lancashire Regiment.

Corporal (Labour Sergeant) Thomas William Sales. Service Number L/6109.
6Bn. East Kent Regiment (The Buffs).

Serjeant Ralph Seward. Service Number R/15612 21st Bn. King's Royal Rifle Corps.

Rifleman Frederick Thomas "Bunny" Underhill. Service Number 1109
5th Bn. London Regiment (London Rifle Brigade).

Tijdens het spelen van onze tunes merkten we op dat we ondertussen het bezoek hadden gekregen van een 6-tal libellen die heen en weer vlogen over de begraafplaats. Het was er immens rustig en stil wat toch opviel in vergelijking met enkele voorbije trips die we reeds hadden gereden. We namen nog enkele foto's voor de PRWWI FB-pagina en plaatsten het 'In Rememberance' kruisje voor het Cross of Sacrifice waarna we het register gingen invullen. Ook hier merkten we op dat het boek voor het laatst was ingevuld door dezelfde persoon uit Waarschoot de dag voor ons. Waarschijnlijk had de man dezelfde begraafplaatsen bezocht op zijn tocht als wij. 




Om 13u25 lieten we deze vredige begraafplaats achter ons liggen en trokken wandelend terug naar Prowse Point Cemetery waar onze auto was geparkeerd. Een wandeling van een klein kwartiertje bracht ons om 0.1340h. bij onze wagen waar we besloten om eerst iets te drinken en onze picknick te nuttigen. Hier werd ook het thuisfront en de PRWWI FB-pagina op de hoogte gebracht dat de eerste 5 begraafplaatsen van onze trip een feit waren...

Na de picknick en verfrissing die overigens zeer welkom was vertrokken we richting Strand Military Cemetery waarbij op de weg erheen verschillende toeristische informatieborden van WWI passeerden en fotografeerden. Op een plaats hielden we toch een iets langer halt bij een houten kruisje dat herinnert aan het 'Kerstbestand' dat tijdens de eerste oorlogswinter in deze omgeving plaatsvond. Nog een iets verder vonden we langs de kant van een veld een klein wit kruis waarop vermeld stond 'In Memoriam of Pte Harry Wilkinson' die hier op deze plaats werd teruggevonden in 2000 nadat hij 87 jaar lang als vermiste stond opgegeven. Hij werd met militaire eer herbegraven op het Prowse Point Military Cemetery.











We vervolgden onze weg en kwamen om 14u24 aan op Strand Military Cemetery waar de tuiniers van de CWGC juist bezig waren met het maaien van het gras. Het ging er goed vooruit, volle snelheid raasde een man met een zitmaaier over de begraafplaats, terwijl zijn collega met een grasmachine het gras maaide tussen de graven. Eveneens liepen hier mensen rond die 'In Rememberance' kruisjes kwamen plaatsen uit naam van de staff en studenten van de Laurence Jackson School, Guisborough, NE England. De begraafplaats ligt net ten zuiden van het Bos van Ploegsteert. Vanaf de weg naar Mesen liep naar het bos een lange loopgraaf , die door de Britten The Strand werd genoemd. Na gevechten aan het begin van de oorlog lag het in Brits gebied en bleef het gedurende de oorlog relatief rustig. Stuart ging opzoek naar de specifieke headstones die hij eruit had gekozen voor onze FB-pagina terwijl ik soms kunsten verrichtte om de man op zijn zitmaaier te ontwijken. Een heel mooie begraafplaats dat zoals alle CWGC begraafplaatsen heel goed werd onderhouden.


















Private Bert Abrook.
Service Number 2030 36th Bn. Australian Infantry.
Lieutenant Ronald Andrew Colquhoun Aitchison.
1st Bn. King's Own (Royal Lancaster Regiment).
Captain Geoffrey Alwyn Gershom Bonser.
Royal Army Medical Corps attd. 12th Bn. Norfolk Regiment. 
Private Alban Edward Sandover Marshall.
Service Number 2115 42nd Bn. Australian Infantry.
Captain Geoffrey Alwyn Gershom Bonser.
Royal Army Medical Corps attd. 12th Bn. Norfolk Regiment. 
Private Peter Garnett Cook.
Service Number 10479 36th Bn. Australian Infantry.
Private William Knowles.
Service Number 200942 11th Bn. East Lancashire Regiment.

Private William McCann.
Service Number 6735 2nd. Bn. Royal Dublin Fusiliers.

Lieutenant William Francis Robertson.
37th Bn Australian Infantry.

Second Lieutenant Donald Williamson Rennie.
Royal Fusiliers 5th Bn. attd. 1st Bn. Royal Warwickshire Regiment

Private Frederick Arthur Roper.
Service Number 1236 33rd Bn. Australian Infantry.

Private John Stevenson.
Service Number 291 41st Bn. Australian Infantry.

Private Henry Max Stanford.
Service Number 1062 43rd Bn. Australian Infantry.

Private William John Yates.
Service Number 1019 39th Bn. Australian Infantry

Private Cecil Stanton.
Service Number 5087A. 33rd Bn. Australian Infantry.

Toen Stuart klaar was met zijn ronde namen we onze pipes erbij en dachten we beiden 'hoe gaan we dat hier oplossen' terwijl de mensen van de CWGC nog steeds aan het maaien waren. Gewoon ons ding doen zeker? Maar toen de tuiniers zagen dat we ons klaarmaakten om onze tunes te spelen legden zij direct de grasmaaiers stil en gingen zij een iets achter ons staan kijken. Eveneens de mensen van de Engelse school stonden even stil op de begraafplaats terwijl ze luisterden en keken naar ons doen en laten. Een mooi gebaar dat respect verdiende.





Niet veel later gingen we richting 'Cross of Sarcrifice' waar we ons PRWWI kruisje neer planten tussen de kruisjes van de Engelse school waarna we het Register gingen tekenen. Hier ook troffen we de laatste input aan van de dag ervoor door diezelfde persoon uit Waarschoot.  De man bleek 2 volgers te hebben, zoals ze dit tegenwoordig noemen...  Rond 15u00 verlieten we deze begraafplaats na het nemen van nog enkele foto's van de speciale memorials die langs de muur waren gezet. Dit bleken grafstenen te zijn van slachtoffers die waren begraven in de buurt maar van wie het graf was vernietigd door bombardementen.







 Terwijl we verder reden naar de Hyde Park Corner Cemetery waren we het er beiden over eens dat de tocht, zoals hij nu al was geweest, rustig en niet al teveel volk, perfect was, daar we hier toch redelijk diep in de Westhoek zaten.  Om 15u05  draaiden we de parking op naast het Hyde Park Corner Cemetery en toen we net waren uitgestapt kwam er een bus uit England aangereden die hier ook stopte. Wat kregen we nu, net nu alles reeds rustig was verlopen op onze tocht gingen we dat hier afsluiten met een bus Engelse toeristen, als dat maar goed zou komen.
De stressfactor ging een ietsje omhoog bij het zien van zoveel toeristen die eveneens Hyde Park Corner (Royal Berks) Cemetery opliepen. Even ten noorden van deze begraafplaats bevond zich destijds een kruispunt dat de Britten Hyde Park Corner noemden. In april 1915 begon het 1st/4th Royal Berkshire Regiment met de aanleg van deze begraafplaats dat vernoemd werd naar dit kruispunt. Het bleef met tussenpozen in gebruik tot november 1917. In 1916 begon men reeds met een uitbreiding (Berks Extension Cemetery) aan de overkant van de weg. Er liggen 81 Britten, 1 Canadees, 1 Australiër en 4 Duitsers begraven. 







Private John Luke Barker. Service Number 27187. 11th Bn. Lancashire Fusiliers.

Rifleman Albert E French. Service Number C/7259. 18th Bn. King's Royal Rifle Corps.

Private Peter Melville. Service Number S/11581. 5th Bn. Cameron Highlanders.

Lieutenant Ronald William Poulton Palmer. 1st/4th Royal Berkshire Regiment.
We gingen zo rustig mogelijk onze eigen gang en begonnen met ons werk, wat heel wat belangstelling trok. Een niet veel later toen we voor onze zelf bezig waren met het nemen van verschillende foto's, zagen we een deel van de toeristen de baan oversteken naar het Ploegsteert Memorial zodat het iets rustiger werd op Hyde Park Corner. Daar de begraafplaatsen als het ware naast elkaar lagen besloten we om hier enkel Flower of Scotland te spelen met als afsluiter Amazing Grace aan de overzijde van de baan op Berks Extention Cemetery. 




Toen we gedaan hadden met spelen merkten we op dat er toch zo'n 20 personen stonden te kijken en apprecieerden ze allen het idee achter onze tocht.  Rond 15u40 verlieten we Hyde Park Corner Cemetery en staken de baan over naar Berks Extention Cemetery en het Ploegsteert Memorial. Stuart ging meteen aan het werk op zoek naar bepaalde headstone's die  we zouden gebruiken voor de PRWWI facebook pagina, terwijl Kurt begon met het nemen van enkele andere foto's. 












Private J.A.Arnell.
Service Number A/3446 10th Bn. Canadian Infantry.

Private Harold Swales Butterfield.
Service Number 1144. 24th Bn. Australian Infantry.

Private Albert Abbiss. Service Number 429011.
7th Bn. Canadian Infantry (British Columbia Regiment). 

Corporal Wintour Maurice Adams.
Service Number 79360. 3rd Tunneling Coy. Canadian Engineers. 

Private H.O. Banon. Service Number 77882
7th Bn. Canadian Infantry. 

Private Harry Fitzgerald Cope.
Service Number 81177 8th Bn. Canadian Infantry.

Private Walter Sidney Cowling. Service Number 16990.
'B' Coy. 7th Bn. Canadian Infantry (British Columbia Regiment).

Rifleman Leonard Crossley. Service Number C/12391.
En zijn tweeling broer Rifleman William Crossley. Service Number C/12390.
Allebei van het 2nd Bn. King's Royal Rifle Corps.

Private George Baptiste Didier.
Service Number 2622C. 7th Bn. Australian Infantry.

Lieutenant Alexander Easson Evans.
7th Bn. Canadian Infantry (British Columbia Regiment).

Private William Ira Fulford.
Service Number 109346. 4th Canadian Mounted Rifles (Central Ontario Regiment).

Private A E.G. Gabbe.
Service Number 12990 5th Bn. Canadian Infantry (Saskatchewan Regiment). 

Private Robert Benjamin Griffiths.
Service Number 40109. 1st Bn. Royal Welsh Fusiliers.

Sapper William Hackett. Royal Engineers, British Army. 

Second Lieutenant M A Hepburn.
2nd Bn. Seaforth Highlanders. 

Private Clifford Earle Hitchcox.
Service Number 77821. 7th Bn. Canadian Infantry (British Columbia Regiment). 

Lance Corporal G V King.
Service Number 16911. 7th Bn. Canadian Infantry (British Columbia Regiment). 

Private James MacKenzie.
Service Number 8185. 2nd Bn. Scots Guards

Sapper J.K. McLennan.
Service Number 210 Australian Mining & Boring Company.

Private Emrys Morris.
Service Number 19865. 'D' Coy. 26th Bn. Royal Fusiliers.

Private John Murphy.
Service Number 3574. 24th Bn. Australian Infantry.

Captain Thomas Tannatt Pryce VC (Victoria Cross). 4th Bn. Grenadier Guards.
Terwijl we met ons researchwerk bezig waren werden we aangesproken door Mr. Peter White die veel interesse bleek te hebben in onze pipes. Mr White vroeg ook vanwaar we afkomstig waren en toen Kurt vertelde dat Stuart Schotse roots had was het hek volledig van de dam. Het was een heel aangename ontmoeting met, indien mogelijk, een nog aangenamer gesprek dat ons liet weten dat Mr White pas enkele jaren geleden was gestopt met het bespelen van de pipes, vandaar zijn interesse in de onze natuurlijk. Onze stressfactor was door de vele mensen, hoofdzakelijk Engelse toeristen, een iets of wat aan de hoge kant maar schoot volledig de hoogte in nadat Mr. White ons liet weten dat zijn interesse was aangewakkerd omdat hij als Piper van de Black Watch te zijn geweest, niet had verwacht de pipes te horen bij zijn bezoek aan de Westhoek. Met deze wetenschap en om niet helemaal af te gaan als een gieter liet Stuart hem daarom op voorhand weten dat we beiden nog maar een jaar of 3 op de pipes spelen en we waarschijnlijk enkele fouten gingen spelen. Maar dit bleek geen probleem voor Mr White en zijn zoon Stewart, ze wilden het graag bijwonen. We besloten om midden in het Ploegsteert Memorial te spelen waarop meer dan 11000 Britse militairen vermeld staan die hier in de omgeving sneuvelden maar geen bekend graf hebben. 
Hier kenden we het 'Moment Supreme'. Mr. White stond te genieten aan de kant in het Memorial en was positief verrast omdat het zo mooi klonk, wat voor ons een grote eer was natuurlijk. Na het spelen van Amazing Grace werd hier voor de meer dan 11000 WWI slachtoffers het PRWWI 'In Remembrance' kruisje achtergelaten naast enkele andere die er stonden tegen de muur.







Hierna trokken we naar het 'Cross of Sacrifice' op de Berks Extention Cemetery waar we eveneens een kruisje achterliepen voor de meer dan 460 slachtoffers die hier begraven liggen.  Het was ook hier dat we een groepsfoto maakten met Mr Peter en Stewart White voor het thuisfront en Mr White stond erop om de pipes van Stuart vast te houden. Nadien kon hij het toch niet laten om toch nog eens te proberen spelen op de pipes.  Hoewel hij het niet zeker wist dat het nog zou lukken omdat hij, zoals eerder gezegd, reeds enkele jaren gleden was gestopt en zijn pipes aan een museum had gegeven in Edinburgh. De techniek was er zeker nog maar de long inhoud wou niet mee mee. Een hele eer voor ons om deze man te ontmoeten en Mr White stond erop dat, als we nog eens in Scotland zijn, hem een seintje moesten geven om nog eens af te spreken. Ook verzekerde hij ons dat hij onze verdere tocht zou opvolgen en dat hij zeker nog eens naar België ging komen. We wisselden onze adressen uit en namen afscheid van Mr Peter White en zijn zoon Stewart omdat zij hun reis na dit leuke oponthoud toch verder moesten zetten. 







Wij gingen opzoek naar de registers en vonden deze in de muur van het Berks Memorial en terwijl we het register van de begraafplaats stonden te ondertekenen wuifden we nog eens naar Mr White en zijn zoon die net voorbijreden met het wagen. Helaas konden we alleen het Berks Extention Cemetery Register ondertekenen want het kastje in de muur waar het Ploegsteert Memorial zou inzitten bleek, op de namenlijst van het Memorial na, leeg te zijn. Een spijtig voorval. Eens aan de wagen merkten we op dat we toch redelijk veel uitliepen op het door ons vooropgestelde tijdsschema, maar de gedachte aan de fantastische ontmoeting met Mr Peter en Stewart White veegde dat zo onder de tafel. We borgen onze pipes op, dronken nog iets en keerden moe maar zeker voldaan en vereerd rond  17u huiswaarts.






Trip 25 was, hoewel we op Mud Corner Military Cemetery een hilarisch voorval hadden, een mooie trip die ons door de verschillende begraafplaatsen in het Ploesteert bos een heel rustige en vredige herinnering gaf en die ons ook liet weten dat we goed bezig zijn, mede door de ontmoeting met Mr Peter White, die als't ware 'de kers op de taart' was. De gedachte dat verschillende mensen dezelfde mening dragen als ons, de vele en verschillende positieve commentaren die we te horen krijgen, stemden ons meer dan goed en geven ons daarom ook de energie om dit project tot een goed einde te brengen. We kijken dus al uit naar de volgende trip.


Groeten en tot later