zondag 24 juli 2016

Trip 46: Rulles (Habay) GB, Arlon SB, Aubange GB, Halanzy GB, Musson Barancy Frans-Duitse Begraafplaats, Gomery GB, Cimetiere de Laclaireau Ethe, Virton Frans Duitse Begraafplaats, Houdrigny - Meix-devant-Virton FMB & Robelmont GB

Datum : 24/07/2016
Begraafplaatsen :  Rulles (Habay) GB, Arlon SB, Aubange GB, Halanzy GB, Musson Barancy Frans-Duitse Begraafplaats, Gomery GB, Cimetiere de Laclaireau Ethe, Virton Frans Duitse Begraafplaats, Houdrigny - Meix-devant-Virton FMB & Robelmont GB
Afstand :  154,98 Km
Weer : Mooie warme dag
Deelnemers : Stuart Jervis, Kurt van Looke
Volgers :




Ergens in het begin van ons Pipers Remembering WWI project kwamen we tot de conclusie dat er eveneens vele WWI slachtoffers begraven lagen in de provincie Luxemburg. Als mensen denken of praten over WWI begraafplaatsen denken we over het algemeen aan de Westhoek, Ieper en omliggende steden en gemeenten. Hoe we dit praktisch zouden aanpakken wisten we niet echt want het was telkens een lange rit die we voor de boeg zouden hebben. Een dikke 2 a 2,5 uur, naargelang het verkeer onderweg, onze tocht rijden en dan nog eens dezelfde weg terug. Het zouden inderdaad dagen worden. Links en rechts werd hier en daar al eens het een en ander bekeken omdat we ongeveer een 29-tal begraafplaatsen hadden gevonden in de provincie Luxemburg. Een kleine rekening liet ons dan ook weten dat we 5 uur nodig hadden om enkel heen en terug te rijden, maakt dat we telkens rond 11u ter plaatse zijn en ten laatste om 16u terug moesten keren om toch op een beetje een deftig uur terug huis te zijn. Het zou natuurlijk veel beter zijn mochten we daar ergens in de buurt kunnen vertrekken dan zijn we telkens de lange rijtijd kwijt. En zo groeide het idee om in de zomer maanden ergens een vakantiehuisje te huren en dan telkens van daar te vertrekken. Het was dan ook langer licht dus we konden ervan profiteren en eventueel een paar extra begraafplaatsen bezoeken.

Ja, we waren het er beiden over eens dat dat de oplossing was. Het voorstel werd voorgelegd aan de meisjes want de vrouwen hadden natuurlijk ook inspraak als wij in de Ardennen een vakantiehuisje zouden huren. Het was meteen in kannen en kruiken, we zouden een week lang naar ginder trekken en om de dag een tocht rijden en iets met het gezin doen. Zo werd er in het late najaar gezocht naar een vakantiehuis ergens in het midden van onze te bezoeken begraafplaatsen. Herbeumont werd onze uitvalsbasis, van daaruit zouden we vertrekken op onze tochten. We begonnen met voorbereidingen en algauw hadden we 3 tochten voorbereid, een tocht van 10 begraafplaatsen en twee van 9 begraafplaatsen. Ja we waren er helemaal klaar voor en al gauw arriveerden we in ons vakantiehuisje in Herbeumont.



Vandaag, 24 juli, wakker worden en je toilet maken in een vreemd huis, een beetje zenuwachtig op wat er komen zou, begon Kurt toch maar met het klaarmaken van ons lunchpakket. Volledig buiten schik waren we beiden veel te vroeg klaar met alles, het was immers 8u20 en daar stonden we dan, gepakt en gezakt te ijsberen. Om toch maar niet teveel tijd te verliezen en verder te ijsberen besloten we om toch maar te vertrekken naar onze eerste bestemming. En zo vertrokken we met lichte motregen om 8u40 richting Rulles waar de gemeentelijk begraafplaats als eerste stop op onze planning stond.





In augustus 1914 was de Slag der Grenzen de eerste algemene confrontatie van de Grote Oorlog. Voor de Belgen was de toetreding tot de oorlog een verrassing. In feite was het land neutraal en de invasie van de Duitse troepen in het grondgebied was een ware schending. Duitsland, in overeenstemming met het Schlieffenplan, passeerde door België om het Franse leger in de rug aan te vallen en zo snel door te stoten naar Parijs. Deze schending van de Belgische neutraliteit bewoog de geallieerde grootmachten om toe te treden tot de oorlog en de Triple Entente te vormen: Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Rusland.

Bij de algemene mobilisatie van 31 juli kon België rekenen op 200.000 mannen, tegen 3.840.000 voor Duitsland. De verdediging van het land rustte op drie versterkte plaatsen: Namen, Luik en uiteindelijk het afgeschermde kamp van Antwerpen. Op 4 augustus werd België aangevallen door een Duits leger dat superieur was op alle vlakken (omvang en bewapening). De 12 Luikse forten vielen, de één na de ander. Brussel viel vier dagen later. Na de val van de forten van Namen trok het Belgisch leger zich terug tot aan Antwerpen en uiteindelijk tot aan de IJzer, waar het front zich stabiliseerde gedurende 4 jaar. In Belgisch Luxemburg waren het de Fransen die door Joffre de aanval openden op 22 augustus en hier de Duitsers tegenkwamen. In drie dagen tijd werden 70.000 soldaten van beide kampen buiten gevecht gesteld.
De oorlog was zeer gewelddadig voor de legers die opeen botsten van Maissin tot Baranzy, maar ook voor de burgers in Anloy, Longlier, Rossignol, Tintigny, Ethe, Porcheresse, etc. Willekeurige executies, plunderingen en verwoestingen van dorpen, deportaties en een bezetting van 4 jaar moesten worden doorstaan.
Musea, militaire begraafplaatsen, monumenten en gedenkplaten, bewegwijzerde routes… allemaal sporen van deze tragische geschiedenis, op de wegen van de herinnering vind je hier terug. Vandaag zouden we hulde brengen aan een dezer dagen dikwijls vergeten en toch roemrijke helden.

We waren volledig buiten ons normale doen en dat werd veroorzaakt omdat we veel te vroeg klaar waren. Omdat we vandaag naar alle waarschijnlijkheid toch geen volgers zouden hebben besloten we maar om op een vrij rustige manier te starten met het tunen van onze pipes. Op dit moment kwam er een wat oudere man van de begraafplaats gewandeld die ons wat verbaasd aankeek maar ons toch een goeie dag zei. Toen Stuart vertelde waarom we hier waren liet de man ons weten dat hij hun graf net een beetje proper had gemaakt en hij vertrok terug op zijn weg.



We wandelden de begraafplaats op en lang dienden we niet te zoeken, ongeveer in het midden van de begraafplaats en net voor het verhoog naar het tweede deel van de begraafplaats waar ook de kapel opstond vonden we een inderdaad mooi gezamenlijk grafmonument terug. De kiezeltjes binnen het perk hadden twee verschillende kleuren en lagen mooi in lijnen van een 30cm breed en in bogen in het grafmonument. Niks van onkruid te bespeuren en allemaal heel verzorgd. 'Gelukkig dat nog enkele mensen van in de buurt dit graf onderhielden', liet Stuart zich ontvallen waarin hij volledig gelijk had. We vonden het beiden een leuke gedachte dat omwonende het graf proper onderhielden. Want wat zou er van deze slachtoffers geworden zijn?







We namen enkele foto's van het grafmonument van de 7 Fransen die vielen voor hun vaderland en van de begraafplaats zelf. Niet veel later besloten we om onze PRWWI tunes te spelen. Na eerst een beetje geklungel omdat Stuart de camera niet in timer modus kreeg, Ja in al die tijd dat we met het PRWWI project bezig zijn hebben we de luxe leren kennen van volgers die op bepaalde momenten wel eens op het knopje komen drukken als wij aan het spelen zijn. Dus begonnen met onze eerste PRWWI tune, Flower of Scotland te spelen. Het zonnetje was reeds verschenen en we merkten beiden op dat het toch reeds redelijk warm begon te worden op het moment dat Stuart de camera opnieuw instelde voor een tweede foto terwijl we aan het spelen zijn. Bijna op het einde van onze tweede PRWWI tune Amazing Grace merkten we op dat er en jonge moeder met haar dochtertje ons stond gade te slaan aan het hek van de begraafplaats.







Nadat we onze PRWWI tunes hadden gespeeld, besloten we om eerst de groepsfoto te nemen omdat dit makkelijker was voor ons, we hadden onze pipes nog in de hand, de camera stond nog op de goede plaats. Na het nemen van de groepsfoto werd ons PRWWI In Remembrance Cross plechtig neergeplaatst in de witte kiezeltjes van het grafmonument. Er werden nog enkele foto's gemaakt en we begaven ons naar de uitgang van de begraafplaats. Toen we de jonge dame met haar kind passeerden vroeg deze ons met wat we bezig waren en of we nog een liedje wouden spelen voor haar dochtertje. Stuart die het woord voerde, omdat Kurt onze Frans niet echt zo goed kent, deed ons project zo een beetje uit de doeken en we besloten omdat we toch veel vooruit op schema lagen en waarshijnlijk toch geen volgers zouden hebben om onze PRWWI tune Flowers of Scotland nog eens te spelen. En geef toe wie kan er nu nee zeggen tegen zo'n schattig meisje dat met grote ogen stond te kijken. Nadien bedankte de vrouw ons en wij gingen rond 10.00u terug op weg naar onze volgende bestemming richting Arlon.




Een rit van ongeveer 20 minuten bracht ons om 10u20 bij de ingang van Arlon Communal Cemetery. We parkeerden er onze PRWWI mobiel op de parking en laden onze spullen uit. Wat ons hier beiden meteen opviel was dat de mensen het hier allemaal normaal vonden. Meestal als ze ergens een paar individuen zien verschijnen in een kilt hoor je ze al in de verte over je bezig en kijken ze je aan alsof je van een andere planeet komt. Hier heel gewoontjes, goeie morgen meneer en verder niks aan de hand. Een aangename mentaliteit hier in de Ardennen. We wandelden de begraafplaats op met een mooie verzorgde ingang. Vooraan op de begraafplaats vonden we aan beide zijden van het middenpad een groot plot terug voor de gefusilleerde uit beide oorlogen waar we ook een kijkje gingen nemen. Eveneens verzorgd en elk graf leek op een bloembak met daarin telkens een stenen kruis. We namen er enkele foto's en trokken verder op onze tocht.











Hier op Arlon Communal Cemetery zouden we een Belg vinden, 24 fransen, 8 russen en 1 CWG. Waar deze precies lagen wisten we niet echt op voorhand maar de fransen hadden we vrij snel gevonden in een ere-perk een eindje verder op een hoek langsheen het middenpad. Stuart begon meteen met het maken van enkele foto's en Kurt ging op zoek naar de graven van de Russische slachtoffers. Het ene CWG dat we zochten lag hier ook bij de Fransen. Voor elk kruis stond telkens een grote lavendelplant wat het moeilijk maakte de naamplaatjes op de kruisjes te lezen. Er zomaar ineens je hand door zwaaien om de lavendelplant opzij de doen was ook niet echt een optie wat die zaten vol met bijen. Gans het perk zoemde van de bijen, dus gewoon rustig ons werk doen was de boodschap.










Kurt die ondertussen verdwaald was in het onkruid dat verder op de begraafplaats tussen en op de graven stond kwam zonder verder info over de Russen terug toen Stuart een Russisch klinkende naam zag staan achter een lavendelplant. We keken, om de bijen niet te jennen, stilletjes verder achter elke lavendelplant en merkten op dat ook alle Russen hier lagen begraven in het ere-perk. Tot zover verliep alles eigenlijk vrij vlot, nu nog de Belg vinden zou mooi zijn. Hopelijk lag die niet in een burgergraf, wat eindeloos zoeken zou worden. We vonden net achter het ere-perk voor de Fransen, Russen en de CWG nog enkele graven van oud strijders met daartussen het graf van Korporaal Pierre Poncin, de Belg die we zochten.



Een Oud-strijder. Wel vreemd dat het originele bordje met zijn naam iets verderop staat.




Korporaal Aloïs Pierre Bidaine. 
Stamnummer 113/29188. 13de Linieregiment. 
Zijn graf ontdekten we pas bij het bekijken van de foto’s. 
Hij werd op 5 januari 1896 geboren in Pétange en woonde in Arlon op het moment dat hij in dienst trad. Hij sneuvelde nabij Kaaskerke op 12 januari 1916, enkele dagen na zijn 20ste verjaardag.
Dus op de begraafplaats in Arlon rusten 2 Belgen. 



Korporaal Pierre Poncin. 
Stamnummer 5577/(6315). 2 G.T.A.G. 
Hij werd op 29 april 1882 geboren in Arlon en sneuvelde op 28 mei 1918 nabij Leisele nadat hij een obusscherf in zijn hoofd kreeg. Hij werd 36 jaar. Hij rust achteraan het Franse plot.












Na het nemen van enkele foto's namen we onze pipes en begonnen we onze PRWWI tunes Flower of Scotland en Amazing Grace te spelen. Hopelijk zouden we onze lieve bijtjes niet teveel van streek brengen want eerlijk gezegd zouden we niet graag hebben gehad dat we hier gillend de begraafplaats dienden af te lopen terwijl er een gordde bijen onder onze kilt zou zijn geraakt. Stel je voor!? Toch een beetje met dit in ons achterhoofd begonnen met het spelen en alles liep van een leien dakje. Onze kleine zoemende vriendjes bleven ons goed gezind en deden rustig hun ding verder met de bloemetjes op de lavendel terwijl wij onze PRWWI tunes speelden.

Zoals bij onze vorige stop op de begraafplaats in Rules besloten we ook hier om eerst de groepsfoto te nemen, zo dienden we niet telkens de camera te verplaatsen. Hier kwamen we beiden tot de conclusie dat het toch net iets anders was zo zonder volgers hoewel we er beiden wel van genoten om nog eens op stap te zijn met ons twee. Nadat we beiden vereeuwigd werden op de begraafplaats in Arlon werd het PRWWI In Remembrance kruisje plechtig neer gepland bij het onbekende Commonwealth graf. De reden daarvoor diende niet ver gezocht te worden, het was het enige graf waarbij geen lavendelstruik vol bijen stond. We namen nog enkele foto's en gingen terug op weg naar de uitgang van de begraafplaats.







Bij de auto gekomen laadden we onze spullen in en verlieten Arlon Communal Cemetery om 11u10 voor een rit richting Aubagne. Zo een 20 minuutjes later, en nog steeds een kwartier voor op schema, arriveerden we bij de Gemeentelijke Begraafplaats van Aubagne en parkeerden er onze PRWWI mobiel in een doodlopend straatje naast het kerkhof. Volgens onze research zouden we hier toch een beetje schaduw kunnen vinden want het zonnetje begon ondertussen steeds feller en feller te schijnen. Geen schaduw te vinden, een beetje hetzelfde scenario als tijdens onze 17de tocht op 2 augustus 2015 toen we de WWI slachtoffers bezochten die bij de kerk van Saint Eleutherius Esquelmes waren begraven. Niks aan te doen, we laden onze spullen uit en trokken naar de ingang van het kerkhof van Aubagne.




Wat ons direct opviel was de heel mooie kerk, Notre Dame du Rosaire, Porte principal, die naast de begraafplaats stond. Op een klein weitje tegen de begraafplaats en de kerk aan zagen we in een flits iets bijzonder paseren. Kurt was een beetje nieuwsgierig en keek over het muurtje heen. Daar aanschouwde hij een platte bak op 4 wielen die steeds heen en weer reed over het grasveld. Nader onderzoek wees uit dat het gewoon een automatische grasmachine was. Helemaal was hij er toch niet gerust in omdat Magali hem ooit eens vertelde dat zij werd achtervolgd door zo een ding. We liepen verder de begraafplaats op en ongeveer in het midden ervan vonden we de 20 Russische slachtoffer uit WWI terug, allemaal mooi naast elkaar begraven.











Eigenaardig vonden we dat er één naamloze een beetje apart begraven was. Allemaal hadden ze een stenen kruis met een naamplaatje erop bevestigd. Rond enkele graven was een oranje/zwart lintje vastgemaakt. Hoewel alles er heel sereen uitzag bleek het redelijk goed onderhouden te zijn. We besloten om tussen de graven te spelen wat niet altijd gemakkelijk is als men tussen de graven moet staan. Tijdens het spelen van onze PRWWI tunes Flowers of Scotland en Amazing Grace merkten we op dat we enkele toeschouwers hadden die zich achter de kerkhofmuur leken te verstoppen. Een bijna lachbui tijdens Amazing Grace bleef gelukkig uit toen we boven de kerkhofmuur een hand met daarin kleine camera heen en weer zagen gaan. Kwestie van niet op te vallen dacht Kurt.

Na het spelen van onze PRWWI tunes besloten we om ook hier eerst onze groepsfoto te nemen. Voor ons leek het gemakkelijker omdat we niet telkens een plaatsje moesten zoeken voor onze pipes en deze niet teveel her en der steeds op neer te leggen. Na het nemen van de groepsfoto was het tijd voor het PRWWI In Remembrance kruisje te plaatsen. Waar zouden we dit het beste doen? Lang dienden we niet na te denken, ongeveer in het midden van de lange rij met Russische slachtoffers. Het PRWWI In Remembrance kruisje werd plechtig neer geplant waarna we er nog enkele foto's van namen en ons klaarmaakten om te vertrekken. Onze toeschouwers waren precies met de noorderzon verdwenen. We wandelden langsheen het grote monument voor de oorlogsslachtoffers van '14 - '18 en '40 - '45 terug naar de auto.





Aangekomen bij de auto merkten we beiden op dat het zonnetje fel brandde en het ondertussen heel warm was geworden. We passeerden er een paar grote struiken die ons een beetje schaduw verschaften zoadat Stuart de wagen ging halen en er parkeerde in de schaduw. De koffer van de auto ging open legden er onze pipes in en genoten niet veel nadien van fris water en onze lunch. Toen onze lunch en dessert dat bestond uit wat fruit verorbert was maakten we ons klaar om te vertrekken naar andere oorden.

We verlieten Aubagne rond 12.00u voor een rit van een kleine half uurtje naar burgerlijke begraafplaats van Halanzy. Door het feit dat we veel voor lagen op schema en het ondertussen bakken en braden was geworden bleven we op de parking aan de achterkant van de begraafplaats even genieten van de airco in de auto. We overliepen nog enkele details want hier zouden we eveneens enkele Belgen terug vinden die in een burgergraf zouden zijn begraven. Toen we de moed bijeen hadden geschraapt stapten we uit en gingen opzoek naar de Belgische, Franse en Duitse gesneuvelden.





Lang moesten we niet zoeken, het plot met 26 Duitsers en 22 Fransen deelden een massagraf onder de bomen niet ver van de toegangspoort aan de achterzijde van de begraafplaats. De stenen op het graf somden droog de feiten op, 1914-1918. Een beetje verstopt achter een redelijke grote haag lagen zij hier op deze vredige rustplaats. Terwijl Stuart enkele foto's nam trok Kurt naar de andere kant van de begraafplaats om er een foto te nemen van de hoofdingang waarbij hij hier en daar al even links en rechts begon te kijken naar de Belgische slachtoffers die we hier dienden te vinden. Geen geluk tot Kurt ineens aan de andere kant van de haag waarachter Stuart foto's stond te nemen het graf terug vond van Soldaat Tweede Klasse Rene Alexis Michel. Het enige waaraan we het herkende was een grote foto van Rene Alexis op steen gedrukt die op de grafsteen was gekleefd. Verder lag het er heel onverzorgd bij en was wat overwoekerd met afgestorven onkruid wat we beiden weer typisch Belgisch vonden en vooral heel spijtig. Soldaat Rene Alexis Michel diende bij het 5de Jagers te Voet en sneuvelde nabij Sint-Joris op 24 Augustus 1918 op 30 jarige leeftijd.









Soldaat Tweede Klasse Rene Alexis Michel. 
Stamnummer 129/1591. 5de Jagers te Voet. 
Hij is het enige Belgisch slachtoffer dat we konden terugvinden op de begraafplaats. Hij sneuvelde nabij Sint-Joris op 24 Augustus 1918, 30 jaar. 
Hij rust net voor het massagraf met de Duitse en Franse slachtoffers.


We zochten verder naar de andere twee Belgische slachtoffers die hier zouden zijn begraven. Helaas na een tijdje zoeken en elk grafmonument tweemaal te bekijken besloten we om toch maar verder te doen met ons ding. We konden spijtig genoeg niet blijven zoeken omdat we anders teveel in tijdsnood konden geraken. Zoals het verleden ons leerde zijn verschillende Belgische oorlogsslachtoffers begraven in een burger graf en zijn die graven in de loop der tijd gewoon verdwenen omdat er helaas geen familie meer te vinden is die kan instaan voor een bepaald graf. Een heel spijtige zaak meenden we beiden en ja, typisch weer iets voor ons Belgen land antwoordde Kurt. In ieder geval, zoals we destijds in 2014 waren overeen gekomen gold onze kleine PRWWI ceremonie voor alle WOI slachtoffers die zijn begraven op een bepaalde begraafplaats. Dus indien de twee vermiste Belgen hier nog aanwezig zouden zijn, namen we ze mee in onze gedachten.

We namen onze pipes op en besloten om plaats te nemen bij het Franse en Duitse massagraf. We speelden er onze PRWWI tunes Flowers of Scotland en Amazing Grace met een kleine minuut stilte er tussenin. Het klonk mooi en waarschijnlijk heel speciaal mocht er iemand op de begraafplaats hebben gelopen want je kon ons met moeite zien staan achter de grote haag. Tijdens die kleine pauze nam Stuart ook de tijd om de camera opnieuw in te stellen met de zelfontspanner zodat we ook een foto hadden terwijl we speelden. Zo zie je maar welke attenties je mist als er geen volgers zijn. Maar geen probleem, we zijn inventief en trekken goed onze plan als we alleen op stap zijn.

Na onze PRWWI tunes Flowers of Scotland en Amazing Grace namen we ook direct de groepsfoto bij het massagraf van de Franse en Duitse slachtoffers en kwamen we overeen dat we ons PRWWI In Remembrance kruisje plechtig zouden neerplanten bij Soldaat Tweede Klasse Rene Alexis Michel. Het was misschien niet meteen het mooiste grafmonument voor Soldaat Rene Alexis Michel maar hij verdiende het even terug een beetje extra aandacht te krijgen. Misschien een reden of aanzet om zijn laatste rustplaats eens wat op te knappen? We namen nog een vlugge blik opzoek naar de andere 2 Belgen die hier zouden liggen maar vonden niet direct iets terug zodat we maar besloten om onze spullen in te laden in de auto. We namen nog een frisse slok water want het was ondertussen wel echt warm geworden.








Hoewel we veel tijd hadden verloren met het zoeken van de Belgische slachtoffers op de begraafplaats van Halanzy vertrokken we nog voor op schema naar onze volgende bestemming en verlieten Halanzy om 13.00u en zetten koers naar Masson-Baranzy waar we de Frans-Duitse militaire en meest zuidelijk begraafplaats zouden bezoeken binnen het PRWWI 1914-1918 & 2014-2018 project. We arriveerden bij de French-German Military Cemetery Masson-Baranzy en parkeerden er de auto op de smalle strook aan de begraafplaats. We laden onze spullen en pipes uit en begaven ons naar de mooie toegangspoort die op straatniveau lag. Net binnen vonden we een trap van enkele treden en kwamen precies op een klein pleintje uit. Vandaar terug een trap op naar de eigenlijke rustplaats van de vele Franse en Duitse slachtoffers. De Frans-Duitse begraafplaats van Musson-Baranzy werd in 1917 opgericht toen de Duitse slachtoffers, die begraven lagen op 31 kleinere begraafplaatsen in de buurt, werden gegroepeerd op de huidige plaats. De Franse slachtoffers werden pas in 1919 toegevoegd. Een exact aantal is niet gekend aangezien veel slachtoffers gerepatrieerd werden naar hun thuis gemeente.








We liepen elk apart over de begraafplaats, een beetje stil in gedachten, opzoek naar een mooie foto, nadenkend bij het nog maar eens zien van de vele slachtoffers. Een heel mooie en vooral rustige stille begraafplaats die op een ligt hellend vlak ligt. Hier en daar vond men wel een bloemetje of een recente foto van nabestaanden bij een grafsteen wat ons toch liet weten dat deze begraafplaats toch regelmatig bezoek kreeg. Toen we een tijdje nadien elkaar tegen kwamen ergens in het midden aan de andere kant van de begraafplaats vroeg Stuart aan Kurt of er hem nog niks was opgevallen. Op bijna alle grafstenen stond dezelfde datum van overlijden op, 22/8/1914, zot he? Inderdaad moeilijk te geloven maar toch waar, bijna alle slachtoffers die hier zijn begraven sneuvelden op 22 augustus 1914. We begonnen dus te zoeken naar andere datums. Hier en daar een enkele, maar kort na 22/8 wat ons deed vermoeden dat zij waarschijnlijk stierven aan hun opgelopen verwondingen.




















Landsturmann Oskar Seyfried en Jager Fritz Kohler. 
Enkele van de weinigen op de begraafplaats die niet sneuvelden op 22 augustus 1914. 
Ze sneuvelden respectievelijk 20 oktober 1914 en 16 oktober 1914. Graven 257-256.









Soldat René Godou. 101 Regiment d’Infanterie. 
Gesneuveld 22 augustus 1914 nabij Ethe. 
Hij werd 22 jaar. Graf 418.


In totaal lagen hier een kleine duizend slachtoffers begraven, 511 Duitse en 431 Franse oorlogsgraven uit de Eerste Wereldoorlog en 2 Franse slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. We gingen onze pipes ophalen die we vooraan op de begraafplaats op een zware houten bank hadden achtergelaten en besloten om in het midden van de begraafplaats onze PRWWI tunes te spelen met langs de ene zijde de Duitse slachtoffers en aan de andere zijde de Franse slachtoffers. Ook keken we uit naar een plaatsje in de schaduw van een of andere boom want de zon scheen fel en het was behoorlijk warm. De PRWWI tune Flowers of Scotland klonk immens mooi op dit veld van eer gevolgd door een kleine stilte waar we beiden van genoten. Toen Stuart de zelfontspanner van de camera opnieuw instelde vroeg hij Kurt of hij 'dat' daar al had gezien. Volgens hem hing de Duitse vlag bij de ingang van de begraafplaats omgekeerd. 'Aja OK, inderdaad' was Kurt zijn antwoord, 'die hang ik seffens correct op, respect is er voor iedereen'.

We gingen verder en speelde onze tweede PRWWI tune Amazing Grace die al even geweldig klonk als 'The Flowers' eveneens gevolgd door een stilte waarvan even je haar recht kwam. Direct daarna namen we de groepsfoto en gingen opzoek naar een geschikte plek voor het PRWWI In Rememberance kruisje. Waar zouden we dit het beste doen?  Aan de ene kant Duitsers, aan de andere kant Fransen. Ergens in het midden? Mij goed, in het midden lagen in een cirkel allemaal Fransen begraven dus zouden we bij een willekeurig graf het PRWWI In Remembrance kruisje plaatsen. Het PRWWI In Remembrance kruisje werd plechtig neer gepland bij Soldaat Papelard Robert Emile die diende bij het 4de R.L. gesneuveld, je raad het al, op 22 augustus 1914. We namen er nog enkele foto's van voor onze archieven en wandelden langzaam naar de voorzijde van de begraafplaats.






Vooraleer we terug de trap afliepen ging Kurt naar de vlaggenmasten waar hij de Duitse vlag die inderdaad ondersteboven hing liet zakken. Hij hing ze correct op en trok ze weer omhoog. Een geluk dat hij de tekst van het Duitse volkslied niet kende want anders zouden we hier volgens Stuart nogal iets hebben meegemaakt. We lachten even om de gedachte maar respect is er voor iedereen volgens Kurt dus dat moest hier even recht gezet worden. Was dit door een onwetendheid of eerder bewust gedaan? We wisten het niet en konden alleen maar gokken naar een antwoord. Naar onze mening hadden wij vanuit het PRWWI project gedaan waarvoor we hier waren, hulde brengen aan alle slachtoffers die hier begraven waren.




We liepen de trap af naar een soort van binnenpleintje waar we het bezoekersregister konden terugvinden, het eerste vandaag. Toen we beneden aan de trap waren keek Kurt ineens heel verwonderd op want hij vond er eveneens aanwijzingen terug van een 'Cash' afkomstig van het internationale buitensport en spel Geochashing. Iemand verstopt ergens een waterdichte doos of doosje, met daarin een logboek en een aantal voorwerpen. Met een hand-GPS, of gsm bepaalt hij de precieze coördinaten van de schuilplaats. Vervolgens publiceert hij die op de Geocache-website. Andere mensen lezen op de Geocache-website die coördinaten en kunnen dan op zoek gaan naar de "cache" (schat). Vinden ze hem, dan schrijven ze hun bevindingen over de tocht neer in het logboek en mogen ze uit de doos een voorwerp nemen, maar ze moeten er ook weer één bijplaatsen. Zo verandert de inhoud van de schat voortdurend. Zo zijn er ook eveneens verschillende types cashes verstopt en wanneer er geen ruimte is voor een schatkist wordt vaak gebruikgemaakt van kleinere doosjes welke kunnen gaan tot de grote van een kokertje die je aan de halsband van je huisdier hangt. Dit wordt dan een 'micro-cashe' genoemd en  In zo'n 'microcache' is alleen ruimte voor een logboek. Het plezierige aan geocaching is dat diegene die de schat verstopte u laat kennis maken met mooie plaatsen; natuurgebieden, bezienswaardigheden, enz., die u anders misschien nooit zou ontdekken. Vandaar dat men ook wel eens een 'chashe' vind op een begraafplaats, omdat de verstopper u wil kennis laten maken met de begraafplaats. Stuart en Kurt die beiden Geocashers zijn wisten direct wat het was en hoewel ze deze hier eerder bij toeval vonden 'logden' ze hem in het logboekje.

Nadien trokken we verder naar het kastje bij de ingang waarin we het bezoekersregister terugvonden. Het kende een laatste input op 4 juli 2016 van A. Charles François die erop bezoek was bij korporaal Charles François Gaucherin die sneuvelde op 22 augustus 1914 en begraven was in graf 164. Toen we beiden niet veel later het bezoekersregister hadden ondertekend, namen we onze spullen en trokken terug naar de auto waar we alles inladen en onze reis verder zetten. We verlieten deze heel mooie en rustige French-German Military Cemetery Masson-Baranzy om 14.00u en zetten koers richting Gomery.


Een ritje van een klein kwartiertje bracht ons in het kleine dorp Gomery waar we 56 Franse slachtoffers zouden terug vinden. Toen we de Rue Des Marty's inreden, een klein baantje naar boven, en enkele meters verder bij de begraafplaats aankwamen bleek onze verwondering groot te zijn want het monument met het massagraf waarin de 56 Fransen waren begraven lag of stond net buiten de omheiningmuur van de eigenlijke begraafplaats. Iets heel raar in feite. Op een kleine hoek net naast de toegangspoort van de begraafplaats en eveneens helemaal omheint met smeedijzeren hekken waaraan enkele bloembakken hingen en waarin je geen toegang had.


We parkeerden er onze PRWWI mobiel in de schaduw van enkele bomen en struiken langs de weg, namen nog een frisse slok water want het was ondertussen nog iets warmer geworden. We lieten onze spullen nog even in de auto liggen en gingen even op onderzoek uit. Tijdens het nemen van enkele foto's waren we beiden van mening dat dit hier wel iets heel raar was, gewoon omdat deze slachtoffers buiten de omheiningmuur lagen begraven. Niet veel later namen we onze pipes uit de auto en speelden onze PRWWI tunes Flower of Scotland en Amazing Grace gewoon op straat voor het monument. Onder het spelen door hield een paard, dat iets verder op een weitje stond, samen met enkele schapen ons nauwlettend in de gaten maar leken te genieten van onze PRWWI tunes.









Direct na het spelen van onze PRWWI tunes Flower of Scotland en Amazing Grace besloten we om eveneens direct de groepsfoto te maken, dit was iets makkelijker voor ons zeker nu we opstap waren zonder enige volgers om ons heen. We konden niet anders dan de groepsfoto voor het grote grafmonument te nemen waarbij we in de gaten kregen dat enkele omwonende eveneens ons doen en laten aan hun begraafplaats nauwlettend in het oog hielden van op een afstand. Na het nemen van de groepsfoto werd het PRWWI In Remembrance kruisje plechtig neer geplant in een bloembak dat voor het monument stond omdat men gewoon geen enkele houvast had en niet binnen het grafmonument kon geraken.





Na de plechtigheid van ons PRWWI In Remembrance kruisje laden we onze spullen in en verlieten deze kleine gemeente voor een rit naar Ethe (Virton). De warmte overviel ons een beetje en de airco in de PRWWI mobiel deed ferm zijn werk wat niet kon gezegd worden van enkele anders moderne snufjes die we bij hadden op onze tocht. De ''trut' stuurde ons langs een landelijk baantje naar onze volgende bestemming waarbij Stuart liet weten dat ze waarschijnlijk de 'landelijk sightseeing' route had genomen. 'Ja, ja', zei Kurt daarop, 'ik denk dat ze deze keer ferm hare kluts kwijt is, want ik heb het gevoel dat dit niet goed ga komen.' "Alles komt goed' antwoordde Stuart en we tuften verder langs het kleine baantje dat ineens een stuk smaller werd en niet veel verder overging in een kiezelweg om dan uiteindelijk dood te lopen. Kurt in alles staten natuurlijk en zitten permitteren op de 'trut'. 'Zied't se 'k em het gezegd hé, ge kunt er niks mee aanvangen!' Stuart zat te lachen, keerde de wagen en niet veel later zaten we op de goede weg.



We sloegen een klein baantje in tussen Ethe en Laclaireau waarbij we langs een bosrand aankwamen op de French Military Cemetery Laclaireau rond 14u45. Onze ogen vielen open want dit leek wel echt een heel mooie begraafplaats te zijn zo te zien vanuit de auto. We parkeerden onze wagen op de parking naast de begraafplaats en stapten uit. Ethe en de omgeving erom heen is een van de meest geteisterde dorpen van de gevechten op 22 augustus 1914. De 7e Franse divisie werd verrast door een dikke mist die dag om 5u00, en ze verloren een groot aantal manschappen. 5200 officieren, onderofficieren of soldaten stierven, raakten gewond of vermist. De infanteristen van de 103 en de 104 infanterie divisies, de ruiters uit de 14e Hussards, de artilleristen van de 26e artillerie regiment leden erg veel verliezen. Het was dan normaal om een ​​begraafplaats in de buurt van de slagvelden vast te stellen. De Franse militaire begraafplaats is gelegen in de buurt van het landgoed en het kasteel van Laclaireau langs de oude spoorlijn. Er zijn 325 graven van Franse soldaten uit de 103 en 104 LR, sommige Hussards en sommige artilleristen van de 26e regiment.




Na de oorlog, in 1920, organiseerde de Franse regering de  repatriatie van de soldaten die in België waren overleden. Een groot aantal militairen die in de buurt Ethe overleden lagen her en der begraven in afzonderlijke graven zodat niet iedereen gerepatrieerd was. Deze werden nadien allemaal herbegraven op de French Military Cemetery Laclaireau. Een feit dat uniek is in dit gebied, is dat iedere 22 augustus, alle inwoners van Ethe bloemen gaan neerleggen op de French Military Cemetery Laclaireau bij elk graf. De bloemenhommage bij de Franse graven word gesponsord door Mervrouw Bruon en haar man Camille. De ingang van de begraafplaats is heel indrukwekkend met een rotonde, waar de officieren begraven liggen met een altaar gemaakt van steen dat word gebruikt om de herdenking op 22 augustus te vieren.

De ingang had iets speciaal, precies of we stonden voor een of ander middeleeuws kasteel. Een hele grote en hoge trap naar boven liep onder een soort gebogen toegangspoort. Het rare was dat beneden, waar wij nu stonden, reeds slachtoffers begraven lagen en dat gans de begraafplaats precies in verschillende terrassen was aangelegd. Met onze pipes onder de arm vertrokken we op weg over de begraafplaats van beneden naar boven. We waren nog maar enkele meter op de begraafplaats toen het ons direct opviel dat ook hier de datum 22 augustus 1914 een veel gezien datum zou worden. We waren nog maar vier stenen kruisjes verder en telden al 17 onbekende slachtoffers, allemaal gesneuveld op 22 augustus 1914. Om even stil van te worden.We gingen verder en namen hier en daar enkele foto's voor ons archief waarbij we niet veel later een klein monumentje passeerden voor de gesneuvelde militairen die hier begraven lagen.









Het volgende terras, als het ware de tweede verdieping, was het al niet veel beter. Ook hier vonden we veel onbekende slachtoffers terug en wat we beiden al helemaal niet echt goed snapten was dat er hier en daar maar een deel van een naam te lezen stond op het graf, soms maar enkele letters in het midden van een naam. Ongelofelijk en bijna niet voor te stellen welke ravage het hier destijds moet zijn geweest. We gingen terug een verdiep hoger, het derde verdiep, en het was triest te zien dat alle slachtoffers begraven op deze begraafplaats ook allemaal sneuvelden op 22 augustus 1914. Hier en daar fotografeerden we enkele graven tot we uitkwamen bij een grote ronde cirkel volledig opgetrokken in natuursteen waar ook de middeleeuwslijkende trap op uitkwam. Hier lagen voornamelijk officieren begraven in een grote cirkel wat Kurt direct liet denken aan de 'ridders van de ronde tafel'.





Sous-Lieutenant Joseph Mousseaux. 103e Regiment d’ Infanterie. 
Hij was het eerste slachtoffer van zijn regiment die bewuste 22 augustus 1914. 
Hij rust in het officieren plot bovenaan de trap.





Heel mooi en vooral vredige plaats. We besloten om hier onze PRWWI tunes te spelen en terwijl Flowers of Scotland weerklonk onder het bladerdak van het bos stonden enkele toeschouwers beneden te kijken vanwaar de klanken kwamen. Niet veel later durfde een vrouw met dochtertje het aan om te komen kijken en genoten van dichtbij van onze andere PRWWI tune Amazing Grace. Na het spelen van onze tunes besloten we om eerst het bezoekersregister in te vullen wat we terug vonden in de stenen toegangspoort bij de trap. Het register kende een laatste input op 3 april 2016 van een zekere Dorian Toulmond welke er de boodschap 'Merci les Francais pour sauver les Belges' bijschreef. We namen onze pipes terug onder de arm en gingen langs de lange trap terug naar beneden waar we op zoek gingen naar een geschikt plaatsje voor ons PRWWI In Remembrance kruisje.










Bij de vlaggenmasten zou het niet echt lukken, dan maar eens wat verderop gaan zoeken. Misschien bij een onbekend graf of hier bij het kleine monumentje voor de gesneuvelden van het 104de R.I.. Ja, dit zou het worden. Het PRWWI In Remembrance kruisje werd plechtig neer gepland bij het monumentje waarna er enkele foto's van werden gemaakt en we ons terug naar de auto begaven om tot slot aan de ingang de groepsfoto te nemen. Het moest gezegd worden, dit was wel een heel rustige, vredige en mooie begraafplaats. Door de verschillende terrassen, de lange en hoge stenen trap met bovenaan de stenen cirkel, het had iets speciaal. Toen niet veel later onze spullen waren ingeladen en we nog een frisse slok water hadden gedronken zetten we koers naar onze volgende bestemming. Hopelijk geen toeristische rondleiding of sightseen toestanden mopperde Kurt of hij ging er zijn stafkaarten bijhalen.






We verlieten deze vredige plaats rond 15u20 en zetten koers naar Virton. We waren nog maar pas de straat uit of we passeerden er een groot monument dat precies volledig vernieuwd was. Stuart parkeerde er de wagen en Kurt ging op verkenning. Het was inderdaad een monument dat was opgericht ter ere van alle Franse regimenten die hier destijds aanwezig waren en waarvan de meeste sneuvelden. Op de muur die in een halve cirkel achter het monument stond waren enkele oude naamplaten van de destijds afgezonderde graven ingemetseld. Na het nemen van enkele foto's voor ons archief gingen we verder op pad.










Een rit van een 5 tal minuten bracht ons bij de French-German Military Cemetery Virton. We parkeerden er de wagen op de parking net voor de begraafplaats. Eveneens hadden we hier het geluk dat er heel wat bomen rond en op de begraafplaats stonden want de temperaturen stonden nog heel hoog. Het was warm om maar niet te zeggen heet onder de brandende zon. In augustus 1914 werd in de buurt zwaar gestreden tussen Fransen en Duitsers. Tijdens de bezetting vroeg het Duitse bestuur aan het stadsbestuur om een aantal militaire begraafplaatsen op te richten. De stad besloot vier begraafplaatsen in te richten, namelijk die van Bellevue, de Duitse 154ste, La Chamberlaine en La Houblonnière. Na de oorlog werd enkel Bellevue behouden. Verschillende Fransen lieten hun gesneuvelde familie terug overbrengen naar Frankrijk.







De Frans-Duitse begraafplaats Virton Bellevue is een militaire begraafplaats met Franse en Duitse gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, gelegen in de Belgische gemeente Virton. De begraafplaats ligt twee kilometer ten noorden van het stadscentrum van Virton, tegen de grens met Robelmont in de gemeente Meix-devant-Virton. De begraafplaats ligt er vlak bij het gehucht Belle-Vue. De begraafplaats telt bijna 3.800 gesneuvelden. Er bevinden zich graven van 1.288 gesneuvelde Duitsers, 288 Fransen, 28 Oostenrijkers, 29 Italianen en 17 Russen. Daarenboven bevindt er zich ook een massagraf met 2.139 niet geïdentificeerde Fransen. We namen onze spullen en pipes en trokken verder de begraafplaats op waarbij we na het toegangshek tussen de Duitse graven stonden. Een groot veld met allemaal kleine stenen kruisjes, anders dan op het Duitse Soldatenfriedhof in Vladslo waar het allemaal platte stenen zijn die in het gras liggen. Persoonlijk vonden wij dit hier mooier ogen. We gingen verder tussen de graven heen naar de achterzijde van de begraafplaats waar we de Fransen zouden vinden die er ook in verschillende plots liggen begraven.




Toen we enkele meters tussen de Duitse graven waren gewandeld merkten we op dat er ook op de achterzijde van elk Duits grafkruis een andere naam staan. De Duitse slachtoffers waren dus destijds aan beide zijden van een grafsteen te ruste gelegd. We namen enkele foto's en alweer begon het tot ons door te dringen dat bepaalde dingen niet of moeilijk te vatten zijn. Bijna alle Duitse slachtoffers bleken, op enkelen na die een dag later overleden, allemaal op 22 augustus te zijn gesneuveld. Ongelofelijk. In het midden van de begraafplaats vonden we een groot Duits massagraf in de vorm van een hoge graftombe waarin 306 Duitse slachtoffers waren begraven. Daarnaast vonden we twee grote massagraven, waarin samen 1239 Fransen die niet meer konden geïdentificeerd worden werden begraven.





Toen we niet veel later tussen de Franse graven wandelden opzoek naar een mooie foto kwamen we hier ook tot de conclusie dat ook hier alle slachtoffers waren gesneuveld op 22 augustus 1914. Helemaal achteraan op de begraafplaats lagen nog enkele Duitse slachtoffers, enkele rijen, in een halve cirkel begraven, overleden op 22 augustus 1914. Na het nemen van enkele foto's voor ons archief besloten we om bij de massagraven die in het midden van de begraafplaats lagen onze PRWWI tunes Flowers of Scotland en Amazing Grace te spelen. Het klonk geweldig op deze rustige en vredige locatie en van het stille moment tussen beide PRWWI tunes kreeg je kippenvel, zeker bij de gedachte aan de vele onbekende slachtoffers die allemaal op één en dezelfde dag sneuvelden. Bij de aanvang van Amazing Grace ging het wel even mis toen Stuart een vlieg mee inademde bij het opslaan van de pipes. Dus zijn we even gestopt om terug opnieuw te beginnen. 

























Na het spelen van onze PRWWI tunes Flowers of Scotland en Amazing Grace besloten we om eerst het PRWWI In Remembrance kruisje plechtig neer te plaatsen en dat zouden we doen bij een klein monumentje dat bij de Franse massagraven stond. Kort nadien gingen we terug op weg naar de voorzijde van de begraafplaats waar Kurt een soort van middeleeuwse telefooncel had zien staan. Dat Kurt ze soms wel eens ziet vliegen wisten we al langer maar een telefooncel in de middeleeuwen ging toch net iets te ver. Maar eerst namen we aan het lage muurtje tussen de Duitse en Franse graven de groepsfoto. Niet ver van de ingang vonden we een stenen gebouwtje opgetrokken in natuursteen. Het deed ons inderdaad denken aan een soort van telefooncel zonder glas. Daarin zat het kastje waarin we het bezoekersregister terug zouden vinden. Groot was onze verbazing toen we het opende en er enkel een los uitgerukt blad papier, dat ooit in het bezoekers register had gezeten, terug vonden. Vandalisme? Het getuigt van niet veel respect vond Kurt. De laatste input van het registerblad was op datum van 18 maart 2016 door S.A.G.S.A.M. inspectors Bor & Maggie met de vermelding R.I.P.. Het blad werd dus na deze datum uit het boek gerukt, een spijtige zaak vonden we beiden.






Bij het verlaten van de begraafplaats keken we nog eens om en kwamen we nog maar eens tot het besef hoe hevig de gevechten hier destijds moeten geweest zijn, ook hier waren alle slachtoffers omgekomen op één en dezelfde datum, 22 augustus 1914, 3800 slachtoffers waarvan het merendeel onbekend bleef, je kon er moeilijk bij met je gedachten. We laden niet veel later onze spullen in rond 16u25 en zetten koers naar Houdrigny waar we de French Military Houdrigny zouden bezoeken. Een rit van een dikke vijf minuten bracht ons bij de French Military Cemetery Houdrigny, een bescheiden Franse Militaire Begraafplaats, de kleinste militaire begraafplaats in de Gaume, gelegen in het midden van de velden en weiden, in een prachtig stukje natuur welke de laatste rustplaats is voor 323 Franse slachtoffers.






De soldaten van de 8ste Franse divisie, in het bijzonder die van de 117 IR, passeerden tijdens de hevige gevechten op het Bellevue plateau waar velen dan ook het leven lieten. Er zijn 323 graven, allen militairen van de 8ste Div. 117 IR. waarvan de meeste zijn begraven met de vermelding "Inconnu - Mort pour la France le 22/8/1914." Na de slag van 22 augustus 1914, werden de lichamen van de Franse militairen die op het plateau stierven begraven door de bevolking van Houdrigny. De vrouwen hadden een aantal stoffen zakjes gemaakt waarin uurwerken, geld en persoonlijke souvenirs van de soldaten werden ingelegd. Al deze zakjes werden in het gemeentehuis verzameld om ze later na de oorlog terug te sturen naar hun families in Frankrijk. De grote fout die de bevolking van Houdrigny maakten was dat ze ook de identificatieplaatjes van de militairen eveneens in deze zakjes hadden gedeponeerd. Toen de slachtoffers in 1917 allemaal werden opgegraven om ze te verzamelen op de huidige begraafplaats, de plaats waar de meeste vielen, was het niet meer mogelijk om ze te identificeren. Ze hadden alleen nog hun vest, van het 117e Regiment aan. Alle namen van de Franse slachtoffers werden daarom achteraan op de begraafplaats op een monument geschreven.

We gingen de begraafplaats op, een ijzige stilte overviel ons, zeker te weten dat je hier op de exacte plaats was waar alle van de hier begraven slachtoffers het leven lieten. We wandelden eerder wat ingetogen tussen de verschillende graven die in enkele gelijkmatige plots tot de achterkant van de begraafplaats waren geplaatst. Ook hier het terug zien van de inmiddels bekende datum, 22 augustus 1914 en op de meeste graven 'Inconnu', deed ons weeral maar eens nadenken over de situatie en chaos die er destijds heerste. We namen enkele foto's voor ons PRWWI archief terwijl we langzaam naar de achterzijde wandelden en net voor het monument aan de zijkant 4 graven afgezonderd van de anderen terug vonden. Eveneens onbekende slachtoffers, de reden daarvoor hebben we niet kunnen vinden.















Op het monument stonden alle namen vermeld van de slachtoffers die hier waren begraven. Toch een rare gedachte als je wel weet wie er allemaal is begraven maar niet de exacte plaats kunt aantonen waar. We wandelden terug naar de ingang waar we onze pipes hadden achtergelaten op een zware houten bank en besloten niet veel later om tussen de graven van het eerste plot op de begraafplaats onze PRWWI tunes te spelen. Flowers of Scotland gevolgd door Amazing Grace met een kleine stille tussenpauze weerklonk over de begraafplaats en velden waar deze dappere mannen destijds sneuvelden. Na het spelen van onze PRWWI tunes Flowers of Scotland en Amazing Grace stonden we er nog even stil met een speciale gedachte omdat je ook hier weer tussen de graven staat van mensen die allemaal het leven lieten op 22 augustus 1914, ondertussen een datum die op ons netvlies stond gegrift.











We namen kort nadien de groepsfoto waarna we eveneens ook enkele foto's namen van hoe ons PRWWI In Remembrance kruisje plechtig werd neer geplant bij het graf van, hoe kon het anders, een onbekende militair die viel voor Frankrijk op 22 augustus 1914 in het eerste plot op de begraafplaats. We wandelden rustig verder naar de uitgang van de begraafplaats waar we naast het toegangshek in de omheiningmuur een kastje terugvonden waar we het bezoekersregister in terug vonden. Geen uitgerukt blad papier maar een volledig in tact boek kwam te voorschijn. Het bezoekersregister kende een laatste input op 25 februari 2016 met de vermelding; 'Merci!'. We ondertekenden beiden het bezoekersregister uit naam van het project en begonnen onze spullen in de PRWWI mobiel te laden zodat we verder konden op onze tocht. We verlieten op 17.05u de French Military Cemetery  Houdrigny en zetten koers naar onze volgende en laatste bestemming voor vandaag.






Een rit van een 10 tal minuten bracht ons op de burgerlijke begraafplaats van Robelmont waar we arriveerden om 17.15u. Het was een klein baantje dat omhoog en dood liep waar enkele auto langs de weg stonden geparkeerd. Het was een beetje kijken naar hoe en waar de PRWWI mobiel zouden achterlaten want er stond iemand met een aanhangwagen vol kippen voor de begraafplaats. Maar het lukte toch om op enkele meters van de begraafplaats te parkeren. We laden onze spullen uit en begaven ons richting begraafplaats. Een kleine oude maar proper onderhouden begraafplaats dat werd ommuurd door een hoge in natuursteen opgetrokken omheiningmuur met een groot ijzeren toegangshek. Ver of lang hoefden we niet te zoeken want voorafgaande research had ons laten weten dat hier maar 1 slachtoffer was begraven.



We wandelden enkele meters van het toegangshek tot bij het graf van Soldaat Lefeivre Albert aan de rechter zijde tegen de omheiningmuur. Soldaat Lefeivre stierf op 26 augustus 1914 enkele dagen na de grote veldslag van destijds. Waarschijnlijk was hij overleden aan zijn verwondingen enkele dagen nadien. We namen enkele foto's van zijn toch redelijk proper en bescheiden graf waarna we besloten om hier voor zijn graf onze PRWWI tunes te spelen. De zo rustige buurt werd ineens opgeschrikt door de weerklank van onze PRWWI tunes Flowers of Scotland en Amazing Grace waarna terug de stilte heerste toen we onze pipes even weglegden.



Na het spelen van onze PRWWI tunes besloten we, wat inmiddels een snel overwogen vast item was geworden tijdens onze tocht zonder volgers, eerst de groepsfoto waarbij we naast het graf van soldaat Lefeivre stonden. Nadat dit was vereeuwigd werd ons PRWWI In Remembrance kruisje plechtig neergezet en brachten we door het spelen van onze PRWWI tunes en het plechtig neerplanten van ons PRWWI In Remembrance kruisje eveneens hulde aan dit hier eenzame begraven slachtoffer uit WWI. We besloten na het nemen van enkele foto's om ons langzaam te begeven naar onze PRWWI mobiel.






Het was een heel lange maar mooie tocht geworden die ons toch nog maar eens liet nadenken. Iedereen heeft het over de Westhoek, en terecht, maar als je er eens bij stilstaat en je merkt dat 99% van de graven die we vandaag bezochten graven zijn van mensen die allemaal op 22 augustus 1914 sneuvelden, slaat alleen ongeloof je rond de oren. Niet te vatten in feite, tienduizenden mensen, allemaal weg op één en dezelfde dag. Het doet ons ook beseffen dat de gevechten hier destijds best hevig zijn geweest. Ook hier op deze vaak vergeten begraafplaatsen liggen slachtoffers uit De Grote Oorlog en waren we beiden toch ergens heel tevreden dat we deze mensen op onze lange tocht hebben herdacht.

Bij de PRWWI mobiel gekomen waren we beiden moe maar heel tevreden. De eerste tocht van ons Adrennen Offensief zat erop, tevens een nieuw record want voor het eerst sinds we op tocht gingen bezochten we 10 begraafplaatsen waarvan ook  de meest zuidelijke in het PRWWI project en daarop zouden we ook een toast op uitbrengen. Eveneens sinds het aller begin van ons project waren we nog eens alleen op stap, en Kurt was nog eens blij een rustige tocht te hebben gemaakt omdat hij het meestal altijd wel gevreten heeft. Ondanks alle hulp die we krijgen van onze volgers, zoals het dragen van onze verschillende attributen dat we bij hebben, hebben we er toch wel allebei een beetje van genoten nog eens onder ons tweeën weg te zijn.

Onze tocht van vandaag werd afgesloten met een licht geturfde Ardmore en beiden waren we echt voldaan en blij dat we het weer maar eens hadden gedaan, een lange maar mooie toch die ons weer eens een andere streek van ons klein Belgen land had laten zien. Ja het moest gezegd zijn, we waren beiden voldaan. Na het ledigen van onze traditionele dram, borgen we onze spullen in en verlieten het kleine maar mooie landelijk dorp Robelmont om 17.45u voor een rit naar Herbeumont waar we niet veel later moe maar heel tevreden arriveerden. We laden onze spullen uit en ploften niet veel later in de zetel voor een welverdiende rust en keken stiekem uit naar twee dagen later voor onze volgende tocht van ons Ardennen Offensief.





Groeten en tot volgende
Stuart en Kurt