zondag 7 juni 2015

Trip 12 : Wervik Communal Cemetery, Kezelberg Military Cemetery, Dadizele Communal Cemetery, Dadizeele New British Cemetery, Ledeghem Military Cemetery en Slypskapelle Plot of Honour.

Datum : 07/06/2015
Begraafplaatsen : Wervik Communal Cemetery, Kezelberg Military Cemetery, Dadizele Communal Cemetery, Dadizeele New British Cemetery, Ledeghem Military Cemetery, Slypskapelle Plot of Honour.
Afstand : 130Km
Weer : Zonnig
Deelnemers : Stuart Jervis, Alec Jervis, Kurt van Looke
Volgers : Filip Van Loo, Seppe Van Loo, Wilfried du Bois de Nevele, Noëlla Verschueren, Sanne du Bois de Nevele, Patrick Verhaeghe, Willy Derudder en Rais Picavet.



Info :

Toen we om 7u richting bakker trokken om er de sandwiches voor ons lunchpakket op te halen merkten we reeds op dat het een stralende dag zou worden. Geen enkel wolkje aan de hemel te zien en we merkten ook op dat Janneke Maan nog niet was gaan slapen. Nadat het lunchpakket klaar was gemaakt reden we, met pipes!, richting Moerkerke waar de tocht van vandaag zou beginnen. 



Mooi stipt om 9u vertrokken we richting Wervik waar de eerste te bezoeken begraafplaats lag. Een rit van een kleine 50 minuten bracht ons aan de ingang van de begraafplaats en bij aankomst zag Stuart reeds van een eindje dat zijn vader, Alec Jervis, reeds stond te wachten op onze komst. Alec die het PRWWI project reeds van in het begin op de achtergrond mee volgde, en er ook bij was tijdens ons bezoek aan de Last Post, had besloten om vandaag met ons mee te gaan en had eveneens ook zijn pipes meegebracht wat betekende dat we vandaag met 3 pipers zouden zijn. 




Nadat we waren uit gestapt en elkaar een goeie dag hadden gewenst, merkten we ook op dat Filip en Seppe Van Loo van de facebookpagina Wereldoorlog 1914 eveneens stonden te wachten bij de ingang van de begraafplaats. Net toen we onze pipes zouden gaan tunen arriveerden ook Willy du Bois de Nevele, Noëlla Verschueren en Sanne du Bois de Nevele wat ons direct liet weten dat we vandaag met een iets grotere volggroep zouden zijn dan anders. Nadat Alec onze en zijn pipes had getuned besloten we de begraafplaats op te trekken en net toen Kurt de foto van de ingang van de begraafplaats wou fotograferen, kwam er een Hells Angel met zijn brommer voor de lens gereden. Kurt keek heel verbaast op toen die Hells Angel gedag zei en blij was dat hij nog net op tijd was. Kurt die nog niet goed wist wat er gaande was en was dan ook heel erg verbaasd toen bleek dat die Hells Angel, Patrick Verhaeghe was nadat die zijn helm had afgezet.






Mooi op tijd en onder een stralend zonnetje betraden we de begraafplaats van Wervik waar we 5 Belgen en 1 Duits graf zouden vinden uit Wereldoorlog 1. Onze volger Filip Van Loo die bekend was op de begraafplaats zou onze gids worden en bracht ons bij vijf Belgen die naast elkaar waren begraven tegen de straatkant. Hun graven waren mooie onderhouden en verzorgd wat niet altijd evident blijkt te zijn op een burger begraafplaats. We merkten beiden op dat het dus toch mogelijk was om zulke graven deftig te onderhouden. Tijdens het nemen van verschillende foto's voor onze archieven waren Stuart en Kurt aan het overleggen van waar we zouden gaan spelen daar de graven op verschillende locaties lagen op de begraafplaats. We besloten om eerst alle graven te bezoeken en zouden dan wel zien. Filip bracht ons naar het graf van Emiel Lucien Victor Gellynck. Emiel Gellynck werd geboren in Menen en was soldaat bij het 2de Linieregiment. Hij overleed op 18 augustus 1918 en werd begraven op de militaire begraafplaats van Sint-Margriet Houtem maar werd later herbegraven in Wervik.











Vandaar bracht Filip ons naar het Duitse graf wat we volgens onze bronnen achteraan de begraafplaats zouden vinden. Patrick liet Kurt ook weten dat hij een tijd terug het bewuste graf niet terug had gevonden. Toen hij merkte dat we niet echt naar de achterkant van de begraafplaats liepen maar eerder naar het midden ervan vertelde hij dat hij zover niet was gelopen destijds. Onze redelijk volggroep kwam aan bij het graf van Wolfgang Kühne, het enige Duitse graf van de ooit 2891 Duitse slachtoffers die hier waren begraven. De stedelijke begraafplaats van Wervik is gelegen langs de Komenstraat, t.o.v. de nrs. 83-115. Het graf van Kühne ligt aan de W.-kant, centraal op de begraafplaats, tussen de burgerlijke graven. Verder op de begraafplaats nog het graf van een Belgische militair en Britse graven van WOII. De aanleg van de stedelijke begraafplaats van Wervik was bij het uitbreken van WOI vrij recent begonnen. Vanaf oktober 1914 werd die dan ook door de Duitsers gebruikt en 'Ehrenfriedhof n° 65 Wervik - Nord' genoemd. Generaal Von Deimling van het XV Armee Korps liet aan de ingang een indrukwekkende neo-gotische kapel neerzetten, die na de oorlog afgebroken werd. In 1918 was meer dan de helft van de stedelijke begraafplaats ingenomen door Duitse graven. Deze militaire begraafplaats bleef hier tot 1955. Restanten zijn de haag en het muurtje met de ingangspoort. Er waren wellicht ook graven aan de overzijde van de beek. In de verste hoek was het 'Ehrenfriedhof Pioniere', de rest maakte deel uit van het XV. Armee-Korps. In 1952 besloten de regering van België en de Bondsrepubliek Duitsland om de Duitse begraafplaatsen samen te brengen tot 4 grote Duitse begraafplaatsen in West-Vlaanderen: Vladslo, Hooglede, Menen en Langemark. Bijgevolg werd de begraafplaats in Wervik in november 1955 ontruimd. 2891 doden gingen naar Menen; 200 ongeïdentificeerden naar Langemark; 30 Britten naar Zantvoorde British Cemetery en 68 naar Larch Wood Cemetery; 80 Fransen naar St.-Charles de Potyze of werden gerepatrieerd. Twee Duitse doden, die tussen de burgers begraven waren, werden vergeten. Eén werd later verwijderd, maar het graf van luitenant Wolfgang Kühne is er gebleven. Waarschijnlijk omdat zijn familie de eeuwige vergunning betaald had. Zijn naam wordt ook vermeld in Langemark. Hij werd geboren in 1890. Naar verluidt verongelukte hij, op 6 augustus 1915. Hij maakte deel uit van een Pionier-Regiment van het IV. Armee, die toen o.a. aan het werk was bij Hill 60.


Leutnant der Reserve Wolfgang Kühne. 
1. Reservekompognie Pionier-Regiment 24. 
Hij sneuvelde aan zijn verwondingen in het Sint-Janhospitaal in Wervik op 6 augustus 1915. Drie dagen later werd hij begraven in Wervik net zoals vele van zijn kameraden. 
Doordat zijn ouders betaald hadden voor een eeuwige vergunning is hij nog de enige die hier rust. 


Toen Kurt enkele foto's had genomen van Wolfgang Kühne zijn graf en blijkbaar ook nog niet goed wakker was zette hij een stap achteruit en liep tegen de camera van Stuart aan die laag bij de grond op een statief stond. Nadat de camera van de grond was opgeraapt werd alles vlug gecheckt waarbij alles gelukkig nog werkte waardoor we voor de verdere tocht toch nog foto's konden maken. Na een klein overleg tussen de pipers, besloten we om hier bij het graf van Wolfgang Kühne de tune Highland Cathedral te spelen. Op deze stille ochtend klonk het geluid van onze pipes overweldigend en was het voor ons zeer aangenaam er eens een derde piper bij te hebben.  Nadat we onze tune hadden gespeeld besloten we om terug te keren naar de Belgische graven waar we onze andere tunes zouden gaan spelen.




Bij de Belgische graven gekomen zagen we dat enkele mensen, aan de overkant van de straat, door hun raam stonden te kijken naar wat er gaande was op de begraafplaats. Toen we onze tune Flower of Scotland speelden zagen we uit onze ooghoeken dat enkele omwonende de begraafplaats op gewandeld komen, bij Amazing Grace stonden er een 10-tal mensen te kijken naar het gebeuren en volgden nauwlettend onze handelingen. Ondertussen schoten onze volg-fotografen het ene na het andere plaatje. Kort nadien werd het PRWWI 'In Remembrance' kruisje plechtig in het midden van het kleine perk neer gepland. Het stond, zoals we reeds enkele malen lieten weten, voor alle WWI slachtoffers die hier begraven waren, weliswaar op verschillende locaties.  Hoewel er niet veel plaats was op het smalle pad naast de WWI graven, lukte het ons toch om de groepsfoto te nemen waarbij Stuart zijn machine (afstandsbediening) niet naar behoren leek te werken. Na een vlugge check van de apparatuur zagen we het kleine lampje branden wat er op wees dat het zou lukken.











In de hoek iets verder, zagen we nog enkele CWG staan en we gingen op onderzoek uit. Het bleken drie graven uit WW2 te zijn waarvan er één een onbekend korporaal bleek te zijn. Toen we terug keerden langs het smalle pad en terug bij het graf van Joseph Vanacker liet Sanne ons weten dat deze grafsteen wel iets speciaal had. Hij was namelijk vervaardigd uit kunststof in plaats van arduin. Het verschil was heel goed hoor- en voelbaar als je er zachtjes op tikte met je vinger. Zoiets hadden wij nog nooit eerder gezien. Niet veel later toen alles nog eens overlopen hadden besloten we om verder te trekken op onze tocht. Willy en Seppe Van Loo namen hier afscheid van ons en gingen op weg naar een andere bestemming terwijl wij langsheen kleine baantjes Wervik verlieten richting Kezelberg.



Met Alec op kop reed onze kleine colonne over landelijke wegen naar de Kezelberg Military Cemetery, een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden die vielen hier in de Leie streek. Nadat Moorsele het grootste deel van de oorlog in handen was van de Duitse troepen, werd het op 14 oktober 1918 door de 15th Royal Irish Rifles veroverd. De begraafplaats werd gebruikt van oktober tot november 1918. De 5 Amerikaanse militairen die hier oorspronkelijk waren begraven, zijn later overgebracht naar de Amerikaanse begraafplsaats in Waregem. Eveneens zouden we hier ook de graven vinden van 14 Duitse gesneuvelden en 1 Chinees van het Chinese Labour Corps, een niet gewapende afdeling van het Franse en Britse leger bestaande uit arbeiders(burgers) uit de Republiek China, zij werden ingezet voor het uitvoeren van logistieke taken ter ondersteuning van de eigen troepen.



Veel ruimte om te parkeren was er niet echt maar al bij al viel het wel mee. Terwijl Wilfried en Noëlla wat uitleg vroegen over deze begraafplaats, was Sanne reeds begonnen met het nemen van enkele foto's. Kurt liep ineens achteraan op deze kleine begraafplaats en begon met het fotograferen van de 14 Duitse graven toen het hem ineens inviel dat zijn pipes nog in de auto lagen. Onopgemerkt haastte hij zich naar de auto, nam zijn pipes op en trok samen met Stuart en Alec de begraafplaats op.  Stuart begon direct met het tellen van de zerkjes opzoek naar de personen voor het verhaal achter de steen, terwijl de anderen elk op hun manier even stil stonden bij het lezen van sommige epitafen van bepaalde grafstenen.















Private Eward Roden. 
Service number S/256881. 107th Coy. 9th Div. Train Army Service Corps. 
Gesneuveld 4 november 1918. Met zijn 43 jaar de oudste hier begraven. 
Plot II Rij A Graf 17.


Het Chinese slachtoffer.

Private Robert F. Kentfield. 
Service number 53738. 12th (Ayr and Lanark Yeomanry) Bn. Royal Scots Fusiliers. 
Mooi epitaaf: ‘Evening Stars Shine O’ver The Grave of One We Loved But Could Not Save.’
Gesneuveld 1 november 1918, 18 jaar. 
Plot I Rij B Graf 21.


Driver Leonard Walter Ausling. 
Service number L/45168. “A” Bty. 190th Bde. Royal Field Artillery. 
Mooi epitaaf: ‘As The Years Go By, We Miss Him More’. 
Gesneuveld 11 november 1918, 21 jaar. 
Plot I Rij D Graf 24.


Private James Leitch. 
Service number 41580. 5th Bn. Cameron Highlanders. 
Treffend epitaaf: ‘His Life is O’er, His Work is Done, And now the Faithful Crown is Won’. 
Gesneuveld 30 oktober 1918, 19 jaar.
Plot I Rij B Graf 12.


De begraafplaats lag er zoals we reeds gewoon zijn van de CWGC er erg verzorgd bij, de bloemen bij de graven gaven een kleurrijk patroon langsheen de witte grafstenen. Onze Hells Angel, Patrick, ontdeed zich van zijn vest want door het felle middagzonnetje begon hij toch iets of wat te koken in zijn motorkledij alvorens hij ook op jacht ging naar enkele prachtige plaatjes. Toen Kurt alle Duiste graven, waarvan weinig of niks extra is bekend en Stuart de uitgekozen graven hadden gefotografeerd was het tijd om onze tunes te spelen. We besloten om bij het 'Cross of Sacrifice' te spelen in het felle middagzonnetje en de klanken van Flower of Scotland en Amazing Grace rolden over de begraafplaats heen. Tijdens het spelen stonden er enkele fietsers te kijken naar wat er gaande was maar niemand durfde blijkbaar te komen vragen wat er gebeurde. Gelukkig hadden we onze volger Patrick die op zulke momenten hier en daar wel een woordje uitleg verschaft aan de mensen.









Ons PRWWI 'In Remembrance' kruisje werd plechtig neer gepland bij het Cross of Sacrifice, waarna we dan ook op dezelfde plaats besloten om de groepsfoto te nemen. Na het nemen van de groepsfoto wandelden we al praten over de begraafplaats naar de uitgang waar we het register terugvonden in de muur bij het hek. Het register kende een laatste input op de dag van vandaag door een zekere Christophe Van Rumbeke, en zijn 'note' luidde; "... Voor al deze jonge mensen, geef nooit op, zij hebben de kans niet gehad! Waarom?..." Daar Kurt weeral eens wat werk had om het register in te vullen, en zich te concentreren om weer eens niet alleen op de baan te zijn, stonden de anderen hem een beetje op te jagen wat het er niet makkelijker op maakte. Daarna kwam Stuart en hoewel Kurt er alles aan deed om Stuart ook eens van slag te brengen, lukte het hem niet dat te doen.

Net toen enkele van de andere volgers het register stonden te tekenen, kwam er een grote witte bestelwagen aangereden die zich eveneens voor de begraafplaats parkeerde. Het was Robrecht Verhaeghe en zijn vriendin Lisa die ons een bezoekje kwamen brengen. Na elkaar een goeie dag te hebben gezegd werd er het een en ander bijgepraat want Robrecht had de dag ervoor een boekje gevonden op een rommelmarkt dat ging over Belgische begraafplaatsen uit WO1. Stuart vergeleek enkele dingen die in het boekje stonden met wat info die hij vond op zijn wrijftelefoon, en voegde eraan toe dat het best wel een interessant boekje was. Voor Kurt waren die moderne toestanden er een beetje teveel aan zodat die dan maar terug begon met het nemen van enkele foto's.
















Niet veel later besloten we hier op deze rustige en zonnige plaats dan ook maar onze lunch te nuttigen in de schaduw van enkele bomen en struiken. Ineens verdween Alec achter de struiken langsheen het fietspad dat passeerde aan de begraafplaats terwijl wij alvast begonnen met het uitpakken van onze lunch. Een klein minuutje later kwam Alec terug tevoorschijn en voor hij bij ons stond zei hij; "Jah, die boom die daar omver ligt, das dus niet van mij hé..." Waarop iedereen in de lach schoot. De kop koffie voor de een of thee, cola en andere smaakte overheerlijk op deze warme middag. Het was ook daar dat we iets aan de weet kwamen over Patrick, toen Lisa ineens zei; "Hey, moet jij niet..." Dat had iedereen natuurlijk gehoord en Patrick deed alsof zijn neus bloedde. Kurt vond het wel een 'fijntje' en die ging hij zeker niet vergeten.





Terwijl we rustig onze lunch zaten te nuttigen begonnen er ineens veel mensen met de fiets toe te stromen bij de begraafplaats. Blijkbaar was er een fietstocht aan de gang en die zouden een stop maken aan de begraafplaats waarbij een gids een woordje uitleg zou geven. Verschillende mensen vroegen ons of we nog gingen spelen zodat dit toch even overlegd werd met de drie pipers. Niet veel later nadat de gids zijn uitleg had gedaan speelden we nog even de tune Highland Cathedral bij het Cross of Sacrifice wat dan gespeeld werd voor de 14 Duiste militairen die er lagen begraven. Hoewel het niet de gewoonte is dat er word geapplaudisseerd na het brengen van een hulde deden de meesten het toch. Verschillende mensen kwamen ons bedanken waarna ze terug op pad gingen. Ook wij bleven niet veel langer, we namen afscheid van Robrecht en Lisa, laden alles in en zetten koers richting Dadizele waar we onze volgende stop hadden.







Een rit van ongeveer een kleine 4 kilometer bracht ons aan de rand van het dorp Dadizele waar we in feite twee verschillende begraafplaatsen vonden van WO1 gesneuvelden. Dadizele bleef de ganse oorlog in Duitse handen, totdat het werd bereikt door de 36ste (Ulster) Divisie en op 29 september 1918 en ingenomen door de 9de (Schotse) divisie. Er volgden op 1 oktober zware gevechten in de omgeving van 'Hill 41', iets ten zuiden van het dorp. Op de gemeentelijke begraafplaats liggen 27 Britse doden uit WOI (waarvan 1 ongeïdentificeerd), voornamelijk van de 36ste divisie afkomstig. Eveneens vonden we 2 niet-geïdentificeerde slachtoffers terug uit WOII. Er zouden ook nog 2 Franse doden begraven liggen. Oorspronkelijk lagen hier ook  ongeveer 100 Duitsers begraven, maar deze werden naar elders overgebracht. Eén Brit, die omkwam in augustus 1914, werd overgebracht naar Harlebeke New British Cemetery.



We parkeerden onze auto naast Dadizeele New British Cemetery, welke we hier als laatste zouden bezoeken en merkten op dat er veel volk op de begraafplaats liep. Over het voetpad liepen we samen met onze volgers naar de burger begraafplaats waarvan de ingang om de hoek was. We wandelden de begraafplaats op en gingen opzoek naar de militaire graven die we aan de zijkant van de begraafplaats terugvonden. Een paar graven lagen wat afgezonderd maar deze ontsprongen niet aan ons oog om er ook een foto van te nemen. Toen we bij de lange rij CWG's kwamen, welke hoofdzakelijk afkomstig waren van de Royal Irish Rifles, merkten we op dat gans die groep mensen van daarnet ons waren gevolgd en verzamelden ook bij de lange rij militaire graven.




Private FJ Cunningham. 
Service number 16441. 1st Bn. Royal Irish Fusiliers. 
Gesneuveld 7 oktober 1918. 
Plot IV Graf 1.



Rifleman W Robinson. 
Service number 11/2229. 12th Bn. Royal Irish Rifles. 
Gesneuveld 12 oktober 1918, 29 jaar.

Rifleman Ernest Rickwood. 
Service number 11/43699. 12th Bn. Royal Irish Rifles. 
Gesneuveld 13 oktober 1918. 
Hij werd 37 jaar en is hiermee de oudste op de begraafplaats. 


Zij liggen begraven in Plot I.




Private John William Robinson. 
Service number 41510. 2nd Bn. Royal Inniskilling Fusiliers. 
Triest epitaaf: ’Safely Folded on his Saviour’s Breast He Passed into Eternal Rest’. 
Gesneuveld 15 oktober 1918, 26 jaar.


Private John Harris. 
Service number 41682. 1st Bn. Royal Inniskilling Fusiliers. 
Gesneuveld 15 oktober 1918, 20 jaar.


Samen begraven in Plot II Graf 1. 

Het bleken een groep Ierse toeristen te zijn die hier op bezoek waren en opzoek waren naar sporen van WWI. Nadat Alec en Stuart tegen enkelen ons project hadden uitgelegd en van wat hier de bedoeling van was, besloten ze te blijven tot ze onze hulde aan deze slachtoffers hadden gezien. We maakten ons klaar om onze tunes te spelen en merkten op dat deze groep mensen sereen plaatsnamen rondom ons. Daar er hier ineens zoveel volk was om onze hulde te volgen, besloten we om ook het afnemen van onze pipes in ceremonie te doen. We starten met Flower of Scotland welke gevolgd werd door Amazing Grace en daarna viel een ijzige stilte, enkele seconden, toen tussen de toeschouwers ineens; "They shall grow not old, as we that are left grow old. Age shall not waery them, nor the years condemn. At the going down of the sun and in the morning, We will remember them" klonk, waarbij iedereen de laatste zin herhaalde; "We Will Remember Them" terug gevolgd door een minuut stilte. Bij het horen van deze tekst na het spelen liepen er koude rillingen over onze rug, dit hadden we niet verwacht en het liep zoals het hoorde, oprecht en sereen zonder applaus van omstanders zoals de 'Ode of Remembrance' dient te gebeuren. Na het ceremonieel afnemen van onze pipes kwamen alle mensen van de groep ons bedanken en een hand geven, waarbij ze ons nog veel succes wensten met ons project. Toen het een ietsje minder druk was plantte Alec het PRWWI In Remembrance kruisje ongeveer in het midden van de lange rij graven waarna we op dezelfde plaats ook de groepsfoto namen.






"They shall grow not old, as we that are left grow old. Age shall not waery them, nor the years condemn.
At the going down of the sun and in the morning,
We will remember them"







Niet veel later gingen we verder opzoek naar twee graven die een eindje verder lagen waarvan Stuart ook enkele foto's nam voor ons archief. Daarna trokken we verder door een smalle uitgang van de begraafplaats over  het voetpad naar de Dadizeele New British Cemetery die in feite vlak naast de burgerbegraafplaats lag. 





Corporal Tom Horrocks. 
Service number 45751. 16th Bn. Royal Irish Rifles. 
Gesneuveld 5 oktober 1918, 27 jaar.


Private J James. 
Service number 47141. 2nd Bn. Royal Inniskilling Fusiliers. 
Gesneuveld 2 oktober 1918.

Naast elkaar begraven in Plot III.


We liepen de begraafplaats op in de richting van de 'Stone of Remembrance' waar we op de omheiningmuur onze pipes achterlieten in de schaduw. Iedereen liep rustig over de begraafplaats heen, Stuart begon meteen zerkjes te tellen waarbij hij werd bijgestaan door Alec, Kurt ging opzoek naar bijzondere epitafen, onze volgers opzoek naar een mooi plaatje of gewoon om even stil te staan bij de vele jonge mensen die hier begraven lagen.









Niet ver uit de buurt van de Stone of Remebrance, vonden we ook zeven graven terug met het inscriptie 'Known To Be Buried In This Cemetery' wat ons nog maar eens liet inzien welke ravage het hier destijds moet zijn geweest, ongelofelijk. We merkten ook op dat de begraafplaats onlangs was bezocht door een groep kinderen, waarschijnlijk een groep leerlingen van een of andere school omdat er bij verschillende graven een zelfgemaakte papieren Poppy lag waarop zelfgeschreven tekstjes stonden. Nadat Stuart zijn namenlijstje volledig had afgewerkt besloten we op onze pipes op te nemen waarna we voor de Stone of Remembrance onze tunes speelden. Patrick en Sanne schoten plaatjes tijdens die ceremonie terwijl Wilfried, Noëlla en de familie Derudder - Picavet genoten vanop een kleine afstand.


















Private Thomas Brinton. 
Service number 3907. 1st Bn. Royal Newfoundland Regiment. 
Gesneuveld 14 oktober 1918 en met zijn 16 jaar het jongste slachtoffer op de begraafplaats. 
Plot V Rij F Graf 4.


Private Frank Rogers. 
Service number 29833. 2nd Bn. Hampshire Regiment. 
Gesneuveld 14 oktober 1918. Hij werd 43 jaar en is hiermee de oudste op de begraafplaats. 
Plot III Rij C Graf 12.


Private S Noble. 
Service number 11256. 9th Bn. Royal Inniskilling Fusiliers.
 ‘Gone to be with Christ, Wich is Far Better.’ 
Met zo’n epitaaf wel vreemd dat er geen kruis op de zerk staat. 
Gesneuveld 30 september 1918, 27 jaar. 
Plot V Rij B Graf 13.


Private J McLaren. 
Service number 20980. 11th Bn. Royal Scots. 
Mooi Epitaaf: ‘Oh For The Touch of a Vanished Hand and the Sound of a Voice That is Still.’
Gesneuveld 1 oktober 1918, 29 jaar. 
Plot V Rij D Graf 10.


Corporal George Henry Hill MM and Bar (Military Medal). 
Service number 2236. 23rd Bn. Middlesex Regiment. 
Gesneuveld 18 oktober 1918, 22 jaar. 
Plot I Rij B Graf 14.


Private Walter John Asbury. 
Service number 25332. 12th Bn. East Surrey Regiment. 
Gesneuveld 14 oktober 1918, 21 jaar. 
Plot IV Rij E Graf 9.


Captain Roy Frederick Balmain MC (Military Cross), Mentioned in Despatches. 
51st Bde. Royal Field Artillery. 
Gesneuveld 1 oktober 1918, 23 jaar. 
Plot VI Rij E Graf 18.


Private Joseph Coulter MM (Military Medal). 
Service number 41530. 9th (Inniskilling Dragoons) Bn. Royal Irish Fusiliers. 
Gesneuveld ergens tussen 1 en 7 oktober 1918. Hij werd 24 jaar. 
Plot IV Rij B Graf 12.


Captain Andrew Durward MC (Military Cross). 
6th Bn. King’s Own Scottish Borderers. 
Gesneuveld 16 oktober 1918, 30 jaar. 
Plot I Rij A Graf 1.


Lance Bombardier Albert Fricker. 
Service number 29788. “A” Bty. 113th Bde. Royal Field Artillery. 
Gesneuveld 4 oktober 1918, 36 jaar. 
Plot II Rij D Graf 16.


Private William James Healey. 
Service number 2984. 1st Bn. Royal Newfoundland Regiment. 
Gesneuveld 3 oktober 1918, 19 jaar. 
Plot VI Rij E Graf 5.


Lieutenant William Alexander Dobson Hunter. 
3rd Bn. attd. 8th Bn. Black Watch (Royal Highlanders). 
Gesneuveld 1 oktober 1918, 21 jaar. 
Plot V Rij E Graf 25.


Second Lieutenant Charles Wallace Irvine. 
1st Bn. Royal Inniskilling Fusiliers. 
Gesneuveld 14 oktober 1918, 19 jaar. 
Plot VI Rij D Graf 2.


Corporal Allan James Knowles. 
Service number 3016. 36th Bn. Machine Gun Corps (Infantry). 
Gesneuveld 30 september 1918, 22 jaar. 
Plot IV Rij D Graf 23.


Gunner Edward Richardson. 
Service number 195523. “C” Bty. 15th Bde. Royal Field Artillery. 
Gesneuveld 4 oktober 1918, 21 jaar. 
Plot III Rij E Graf 10.


Rifleman Charles Frederick Riches. 
Service number 42300. 15th Bn. Royal Irish Rifles. 
Gesneuveld 5 oktober 1918. 
Plot III Rij E Graf 3.


Second Lieutenant HA Townsley. 
7th Sqdn. Royal Air Force. 
Gesneuveld 14 oktober 1918. 
Plot III Rij D Graf 7.


Second Lieutenant James Wedderburn-Maxwell. 
3rd Bn. attd. 6th Bn. King’s Own Scottish Borderers. 
Gesneuveld 1 oktober 1918, 19 jaar. 
Plot V Rij D Graf 4.










Het felle middagzonnetje brandde nog steeds volop zodat we na het spelen direct de groepsfoto namen op de plaats waar we speelden zodat we daarna onze pipes terug in de schaduw gingen leggen op het muurtje. Het kruisje werd plechtig neer gepland bij de Stone of Remembrance waarna we allen naar een klein gebouwdje wandelden in de buurt van een bunker die eveneens ook op de begraafplaats stond.  We openden het registerkastje en merkten op dat het register een laatste input had van een zeker 'Jim and Jeves Coilte uit Belfast, Ierland. Bijna iedereen van onze kleine groep tekende het register waarop Stuart natuurlijk de ene na de andere foto maakte en waarbij we een iets uitgebreidere babbel hadden met onze volgers.  We besloten om onze tocht verder te zetten en verlieten Dadizeele New British Cemetry rond 13u50 waarna we koers zetten richting Ledegem.
















Een rit van een kleine 4 kilometer bracht ons om 14u, zo'n 20 minuten voor op schema, in een nieuwe woonwijk in het midden van het dorp Ledegem. Ledegem werd op 1 oktober 1918 veroverd door het 9th Scottish Division, maar moest het nadien deels terug prijsgeven aan de Duitsers. Pas de 14de oktober zou het dorp volledig veroverd worden door de 9de en 29ste Divisies. Zij begonnen toen met de aanleg van 'Ledeghem New Cemetery' zoals de begraafplaats genoemd werd. Op het kerkhof van Ledegem lagen 14 Britten, die in oktober 1914 en in september en oktober 1918 gestorven waren en die in 1951 overgebracht werden naar Ledeghem Military Cemetery. In het totaal liggen er nu 85 Britten begraven, waarvan er 17 niet meer geïdentificeerd konden worden. Er staan 2 Special Memorials voor slachtoffers, waarvan aangenomen wordt dat ze onder naamloze grafstenen liggen, evenals 1 ‘Special Memorial’ voor een slachtoffer, wiens graf niet meer teruggevonden kon worden op Ledeghem Churchyard.




Nadat we onze wagen hadden geparkeerd, viel het ons op dat dit hier wel iets speciaals was. Het was duidelijk dat deze woonwijk hier nog niet zolang was neer geplant waarbij men de begraafplaats vakkundig insloot tussen allemaal moderne nieuwbouw woningen. Eveneens lag het grondoppervlak van de begraafplaats zo een dikke halve meter onder het oppervlak van de woonwijk wat goed opviel als je over het muurtje keek. We wandelden deze kleine begraafplaats op en lieten onze pipes even achter bij het Cross of Sacrifice waarna Kurt direct begon met het fotograferen van bijzondere epitafen en Stuart opzoek ging naar de graven voor het verhaal achter de steen. We merkten op dat bepaalde graven 2 verschillende namen hadden en waarbij hier en daar bij het militaire embleem wel eens 'Firm' stond wat ons liet weten dat een van de twee slachtoffers die hier begraven lagen blijkbaar terecht was.







Private Thomas Buckley. 
Service number 16708. 1st Bn. Royal Dublin Fusiliers. 
Gesneuveld 14 oktober 1918, 31 jaar. 
Hoewel zijn zerk in de rij staat, Rij A Graf 14, is hij ‘Buried near this spot’. 


Private Robert Cadman. 
Service number 52329. 1st Bn. Lancashire Fusiliers. 
Gesneuveld 14 oktober 1918, 30 jaar. 
Hij werd begraven op Ledeghem Churchyard maar zijn graf ging verloren bij een bombardement
 en werd een Special Memorial voor hem opgericht. 



Private JE Paterson. Service number 31563. 19 jaar.

Serjeant J Paterson. Service number 18429.

Zij maakten beiden deel uit van de 6th Bn. King’s Own Scottish Borderers. Of ze familie van elkaar zijn is niet duidelijk. Ze zijn wel dezelfde dag gesneuveld, 30 september 1918, en er word aangenomen dat zij twee van de 17 onbekende slachtoffers zijn. Special Memorial 1 & 2.

Corporal Robert McArthur. 
Service number S/1913. “C” Coy. 7th Bn. Seaforth Highlanders. 
Gesneuveld 1 oktober 1918, 34 jaar. 
Rij A Graf 11.


Lance Corporal Coman Geoffrey O’Malley. 
Service number 30165. 1st Bn. Royal Dublin Fusiliers. 
Eén van zes broers die gediend hebben. 
Gesneuveld 14 oktober 1918, 19 jaar. Rij B Graf 4.


Private Harry Clifford Walker. 
Service number 45154. 4th Bn. Worcestershire Regiment. 19 jaar.


Private P Wills. 
Service number 31045. 2nd Bn. Hampshire Regiment. 


Zij sneuvelden samen op 14 oktober 1918 en rusten samen in Rij A Graf 27 & 28.


Private Albert Maynard. 
Service number 78655. 2nd Bn. Royal Fusiliers. 
Mooi epitaaf: ‘From the warfare of the world into the peace of God.’ 
Gesneuveld 14 oktober 1918. Hij werd 18 jaar en hiermee de jongste begraven op deze begraafplaats.
Rij B Graf 11.


Private Ernest Arthur Sands. 
Service number 63538. 2nd Bn. Royal Fusiliers. 
Gesneuveld 14 oktober 1918. Hij werd 37 jaar en hiermee de oudste op de begraafplaats. 
Rij A Graf 8.


Private E Bishop. 
Service number 40637. 21 jaar.


Private Walter A Dobson. 
Service number 25986. (Foto)


Zij maakten beide deel uit van het 4th Bn. Worcestershire Regiment 
en sneuvelden samen op 14 oktober 1918. 
Zij rusten nu ook samen in Rij A Graf 24 & 25. 


Stuart was snel klaar met zijn te zoeken graven daar dit een kleine begraafplaats was waarbij hij nadien ook nog met onze volgers een praatje maakte over de slachtoffers die hier lagen terwijl Kurt verwoede pogingen deed om de Special Memorials te fotograferen. Naar eigen zeggen kwam een of andere Hells Angel steeds voor de lens staan. Toen het dan uiteindelijk toch gelukt was sloot Kurt zich aan bij de anderen en we besloten om onze tunes te spelen tussen de graven voor het Cross of Sacrifice. De voet van het Cross of Sacrifice kwam tot net iets voorbij de helft van de begraafplaats, waarbij Kurt zich afvroeg of daar ook een bedoeling achter zat. Sommige begraafplaatsen die iets groter zijn en waar iets meer slachtoffers liggen begraven hebben geen Cross of Sacrifice, anderen, kleinere zoals in Ledegem dan weer wel. Hij vond het raar.

Onze pipers namen hun pipes op en toen deze de eerste klanken speelden van de tune Flower of Scotland kwamen her en der toch wel enkele mensen piepen, over het muurtje van hun afsluiten, van achter de hoek van hun oprit of gewoon van op een afstandje om te zien wat er gaande was op de hoek in hun straat. Amazing Grace volgde en een enkeling durfde het toch aan iets dichter te komen en nadien te vragen wat er gaande was, waarbij Patrick ons project kort uit de doeken deed. Op dezelfde plaats waar we speelden namen we ook direct daarna de groepsfoto waarna we onze pipes terug op de voet van het Cross of Sacrifice legden. Enkele minuten later werd dan eens besproken tussen Stuart en Kurt van waar we ons kruisje zouden plaatsen. Recht voor het Cross of Sacrifice, dan zag je het niet zo direct staan als je de begraafplaats op liep. Dus kozen we om het langs de zijkant van het Cross te zetten dat je het direct zag staan als je de begraafplaats opkwam.
Het PRWWI 'In Remembrance' kruisje werd plechtig neer gepland en na het nemen van enkele foto's maakten we ons stilletjes klaar om te vertrekken naar Slijpskapelle waar we onze laatste bestemming voor vandaag zouden vinden. 











We namen afscheid van onze vrienden op de begraafplaats in Ledegem en vertrokken rond 14u35 met onze kleine colonne langsheen landelijke wegen. Toen we op de rand van het dorp Slijpskapelle kwamen zagen we dat de weg was afgesloten met een nadarhekken waar bordjes aan hingen met 'Rommelmarkt'. Goed geen probleem, we rijden verder en proberen het aan de andere kant. Daar net hetzelfde scenario, Stuart probeerde er toch door te rijden maar onze kleine colonne liep vast op een paar honderd meter verder. We draaiden om en gingen opzoek naar een andere weg om zo kort mogelijk bij onze bestemming te geraken.

Volgens Kurt zou naar alle waarschijnlijkheid onze bestemming midden  tussen de vele standhouders liggen daar een rommelmarkt zich meestal rond of in het centrum afspeelt en onze bestemming lag naast de kerk van Slijpskapelle. In de auto waren we reeds een andere optie aan het zoeken, doen of niet doen, en eens terug komen op een andere datum? Liefst zouden we deze laatste doen, we waren nu reeds dichtbij en in zo een klein dorp is in de zomermaanden wel altijd iets te doen. Kurt liet zich ontvallen dat we dit deze zomer nog wel eens zouden kunnen tegenkomen. We besloten toch een kijkje te nemen opzoek naar een betere weg maar stranden terug op zo een 500 meter van onze bestemming midden in de rommelmark standjes.

We wisten nu niet direct goed wat te doen en overlegden even met de volgers. Deze legden naar alle verwachting de beslissing in onze handen. Er was nog een beetje twijfel, omdat we zo te zien ongeveer een 500 meter over en tussen de rommelmarkt heen moesten lopen tot aan de kerk. Ja, we waren immers al zover gekomen, het was de laatste bestemming toen Alec ineens zei; Voor ons blijft het gelijk, het is niet zo ver meer, het is de laatste voor vandaag, jullie moeten beslissen. Stuart en Kurt overlegden kort en besloten het erop te wagen en gewoon alles op zich laten afkomen, we zouden wel zien, we gingen er voor. De auto's en motorfiets werden deftig geparkeerd we namen onze spullen en vertrokken voor een 500 meter lange wandeling tussen de massa volk die de rommelmarkt bezocht.





We waren ongeveer bij onze bestemming toen we in de gaten kregen dat er een feesttent op onze bestemming stond. Man dat gaat iets geven, we besloten om gewoon ons ding te doen en alles over ons heen te laten komen. Mooi op schema arriveerden we om 15u bij de feesttent en liepen er direct omheen, gingen naast de kerk weg en vonden op de hoek, tussen de kerk en een terras dat bij de feesttent hoorde het graf terug van 2de Lieut. David Chalmers Burns.

David Chalmers Burns was onderluitenant bij de Black Watch van de Royal Highlanders. Hij sneuvelde in de morgen van 30 september 1918, luttele weken voor het einde van WO I, bij gevechten in en rond het "Split Wood" zoals vermeld staat in een Engels legerorder. Zijn bataljon, het 8ste, maakte deel uit van de 27ste Brigade uit de 9de Scottisch Division. Dit bataljon, bijgenaamd The Iron Division, was door het Belgisch leger ter hulp geroepen, om de taaie tegenstand van de Duitsers te breken. Zo eindigde op een vroege septembermorgen een veelbelovend, jong leven.
David Charmers Burns was als tweede zoon van het echtpaar Burns uit Birch Lodge, Wimbledon, geboren in Valparaiso, Chili op 12 oktober 1898. Hij liep school op het Wimbledon College en te Stonehurst om dan terug te keren naar de Army Class. Daar bereidde hij zich voor op zijn militaire studies te Landhurst.
In januari 1918 werd hij overgeplaatst naar de Black Watch, een beroemd korps dat reeds roem verworven had over de ganse wereld. Hij vertrok naar Ierland voor een officiersopleiding. Midden juli van datzelfde jaar, kwam hij aan het front in Frankrijk, waar hij deel uitmaakte van het 8ste Bataljon Black Watch. Zijn "vuurdoop" onderging hij bij acties rond Meteren aan de Frans-Belgische grens. De vuurdoop beschreef hij in een brief van
september met de woorden "my bad time of fire". Op 27 september gaan ze vanuit bivak naar het front, zich voorbereidend op de aanval van de Passendaalse heuvelrug. Het bataljon van David Chalmers Burns onderneemt, ter ondersteuning van het Belgische leger een aanval op het "Slip Wood", een bos toendertijd, ten noorden van Slypskapelle, maar moet onverrichterzake terugvallen op zijn uitgangslijn. Het is tijdens deze gevechten, dat onderluitenant David Chalmers Burns het leven laat, door geweer- of machinegeweervuur. Hij werd 19 jaar.






De mensen op het terras hadden al direct door dat er iets gaande was en een enkeling kwam kijken naar het graf. 'Godverdikke de Schotten zijn hier. Maarja kijk, het is ook een Schot dat hier begraven is.', ving Kurt links op, wat nog maar eens het bewijs is dat locale mensen dikwijls niet weten wat er allemaal in hun eigen buurt te zien of te vinden is. Wel moet gezegd zijn dat dit ook niet altijd het geval is. De jonge dame achter de toog in de feesttent vond het zelfs heel mooi dat we hulde kwamen brengen aan zoals ze zelf zei; 'onze Burns' want dat was iemand waar ze zorg voor droegen. Inderdaad een mooi gebaar van enkele mensen meenden we en vooral plezant om te horen dat niet alle mensen de slachtoffers van WWI zijn vergeten. Na de korte babbel met enkele dorpelingen en het nemen van enkele foto's voor ons archief, besloten we om maar te starten met onze ceremonie. Door de rommelmarkt, de feesttent en het terras dat pal naast de feesttent stond was er niet echt veel plaats bij het graf zodat het maar net lukt om ons comfortabel op de stellen bij de schuinstaande hardstenen grafplaat, waarop een Keltisch kruis op een trapeziumvormige sokkel staat.

We begonnen onze tune Flower of Scotland te spelen en al direct kwamen mensen die aan de overkant van de straat liepen kijken wat er gaande was. Toen de tune ten einde was klonk er een applaus uit de menigte die ons nauwlettend in de gaten hield. We bleven enkele seconden stil staan en begonnen aan onze volgende tune, Amazing Grace waarbij enkele toeschouwers begonnen mee te neuriën of stilletjes te zingen. Toen we gedaan hadden met het spelen van onze tweede tune kregen we terug een applaus en merkten we op dat enkele van de dames achter de toog een traantje wegpinkten, evenals enkele andere die in de buurt stonden. Omdat de jonge dame achter de toog van de feesttent het zo ontroerend en vooral mooi vond dat we 'hun Burns' niet vergeten waren wou ze ons iets trakteren om te drinken daar het zonnetje nog fel scheen.







We toasten op de mooie en alweer geslaagde trip met de dame die ons trakteerde, want de verfrissing was meer dan welkom. Kort daarna besloten we om onze hulde af te werken door het PRWWI kruisje plaatsen. Niet veel later plantte Alec ons PRWWI kruisje plechtig en sereen neer in de bloembak die mee was verwerkt in de grafsteen en bleef nog enige tijd in gedachten staan bij het graf, wat alweer een traan kostte bij de dame die ons had getrakteerd. Enkele ogenblikken later namen we afscheid van de mensen daar en waagden ons terug in de menigte op weg naar onze auto. Hier en daar hoorden we wel eens iets in de aard van; 'Speel hier nekeer een eirken', of iets in de aard van; 'Godverdikke de Schotten zijn geland' maar verder bleef alles rustig en verlieten we de straten van Slijpskapelle rond 15u40.










Bij de auto gekomen kwamen Willy en Rais Derudder - Picavet, die ons bijna gans de tocht hadden gevolgd afscheid nemen, waarbij ze vertelden dat het een mooie tocht was geweest en ze zeker en vast in de toekomst nog wel eens zouden volgen. Onze Hells Angel Patrick kon niet eerder vertrekken want hij had nog iets achtergelaten in de auto van Stuart. Niet veel later toverde hij een fles Glenfiddich van 15 jaar boven wat Kurt al helemaal zag zitten. We toasten op de alweer mooie en prachtige tocht waarbij we heel tevreden waren dat we deze laatste dan toch niet hadden laten liggen voor een volgende keer. Slainthe, op naar een volgende waarbij het leek of Sanne had blijkbaar grote dorst. We lachten erom en namen niet veel later afscheid van elkaar waarna we konden beginnen van een rit van ongeveer een uurtje huiswaarts.




Alweer een prachtige en mooie tocht waarbij de weergoden ons zeer gunstig zijn geweest. Eveneens een prachtige ervaring rijker met een extra piper erbij, Alec, heel erg bedankt dat je er bij was. Eveneens onze volgers en Sherpa's Willfried, Noëlla en Sanne als ook Willy en Rais om er bij te zijn. Filip en Seppe eveneens bedankt om even langs te komen in Wervik, 'and last but not least', Patrick bedankt voor de vele mooie foto's tijdens de tocht en toast achteraf. We hopen oprecht dat jullie er evenveel van genoten hebben als dat wij dat deden en hopelijk tot een volgende tocht.

groeten en tot volgende
Stuart en Kurt